06 41 86 75 01 oda@rewildyourself.nl
Waarom groene activiteiten zo kalmerend werken

Waarom groene activiteiten zo kalmerend werken

Wie regelmatig in de natuur werkt, sport of er vrije tijd in doorbrengt, weet allang hoe goed de natuur ons doet. Hoveniers en kwekers zijn de minst stressvolle beroepen, blijkt uit een onderzoek van het CBS uit 2017. Aan de universiteit van Essex ontwikkelden ecopsychologen de Green Mind Theory om dit fenomeen te verklaren. Al vijftien jaar doen ze hier veel onderzoek naar het effect van groene activiteiten.

Kalme geest
Er is een bos vlakbij mijn huis waar ik een paar keer per week ga hardlopen of wandelen. Hier vond ik de verbinding met de natuur terug. Het ervaren van vrijheid door als een jonge hond hard over de bospaadjes te rennen. Starend over het water waar de bomen zich in spiegelen. Waar ik weer tot rust kom met een simpele mediatieoefening, door gewoon alleen te letten op mijn ademhaling, opkomende gedachten en emoties alleen te benoemen (ons brein houdt van labelen), zonder er verder aandacht aan te besteden, geen analyse of oordeel. Breinexpert Daniel Siegel schrijft in Mindsight hoe je een oog kunt ontwikkelen voor je gevoelens en gedachten, zonder je ermee te identificeren, waardoor je mind kalm blijft.

Green Mind Theory
Vanochtend ging ik weer en de run deed me denken aan het artikel dat ik nu lees over de Green Mind Theory, waarin een verbinding wordt gelegd tussen ons brein, ons lichaam en de omgeving. De basis voor een goede gezondheid en een kalme geest is voldoende slaap, een gezond dieet en sport/beweging. De mind is gelinkt aan ons brein en ons lichaam. Ons lichaam is verbonden aan natuurlijke en sociale omgevingen. Hoe ons lichaam op die omgevingen reageert, heeft invloed op onze gezondheid, stelt de Green Mind Theory.

Waarom is dit interessant?
Aan de hand van een eenvoudige metafoor laten de onderzoekers zien wat de invloed van ons brein op ons welbevinden is. Ze verdelen het brein heel simpel in het rode en blauwe brein.

Het rode brein
Ons brein heeft een onderste hersenstam die snelwerkend, onvrijwillig en impulsief is. Het is ook de bestuurder van ons vecht- en vluchtgedrag. Het onderste brein reageert voordat we denken en stuurt in ons lichaam het sympathische zenuwstelsel aan. We hebben het rode brein ook nodig, in de kern is het heel gezond. We krijgen veel dingen gedaan, we zijn gemotiveerd om lekker eten te kopen, seks te hebben, status en erkenning te krijgen. Het geeft ons de motivatie om doelen na te streven en vol te houden, zoals een jarenlange opleiding, of strijd omdat we willen winnen.

Te veel rode hersenen zijn niet goed voor de gezondheid. In moderne hoog consumptieve samenlevingen, leven we echter vaak op een rood alarm. Deze overactieve rode modus heeft een negatieve invloed op ons immuunsysteem. We worden moe, sneller ziek, slapen slechter, krijgen overgewicht en zoeken alcohol, gamen of drugs om het opgejaagde gevoel te compenseren. Of we raken verslaafd aan het gevoel van opwinding, status en erkenning, bezit en blijven maar doorwerken. We vergeten het blauwe brein aan te zetten.

Het blauwe brein
De bovenste hersenschors is langzamer, vrijwillig. Het is het centrum voor leren en is de bestuurder van rust en vertering. Het bovenste brein kalmeert en stuurt het parasympathische zenuwstelsel aan (ons kalmeringssysteem), dat allerlei belangrijke herstelwerkzaamheden verricht in ons lichaam. Het krijgt echter pas ruimte als er niets meer hoeft, het gevaar is geweken, de honger is gestild. De aandacht is open, niets moet, er is ruimte voor nieuwe mogelijkheden en creativiteit, verbinding met de mensen om je heen. Het gaat echter meestal niet vanzelf aan, daar moet je wel wat voor doen.

Green Mind – optimale mix tussen rood en blauw
De onderzoekers ontdekten eerder dat op de natuur gebaseerde activiteiten de blauwe hersenen stimuleren. Activiteiten die we met volle aandacht doen, waarin we helemaal ondergedompeld worden, zorgen ervoor dat ons interne geroezemoes kalmeert. Zo’n gemoedstoestand word ook wel flow genoemd. In de natuur vallen veel overbodige prikkels weg (bliebjes van je telefoon, mailtjes, gesprekken van collega’s), waardoor we makkelijker in een flow komen. In de natuur wordt ons kalmeringssysteem geactiveerd, we krijgen een meer brede, zachte, softe focus, die onze uitgeputte bronnen van aandacht voeden. Het rode brein is juist meer doelgericht.

De onderzoekers gebruiken de term ‘Green mind’ voor het vinden van een optimale mix tussen een actief parasympathisch zenuwstelsel en een mild sympathisch zenuwstelsel van interesse en opwinding met slechts af en toe een alarmreactie. Een mix tussen ons blauwe en rode brein werkt het beste. Te veel een rood brein is verwoestend voor onze gezondheid.

Hoe kwam ik terug uit het bos?
Het kabbelende water kalmeert, de schoonheid van de natuur nu de bladeren felrood en oranje kleuren, geven me een gevoel van vreugde. Ik kwam thuis en voelde me goed, vrolijk, gesterkt, de mist in mijn hoofd was verdwenen. Ik wist hoe ik een lastig probleem aan wilde pakken. Na een dosis groen medicijn, ging ik achter mijn computer zitten schrijven met een heldere focus.

De natuur gaat niet alleen over het herstellen van moeheid. Het gaat ook over psychologisch welzijn, geluk, creativiteit en persoonlijke groei door het ontwikkelen van een band met de natuur. Hoe vaker ik in de natuur ben, des te sneller kan ik in stressvolle situaties schakelen naar mijn blauwe brein.

Hoe groen is jouw mind?
Gaat alle aandacht vanzelf naar je rode brein. Of geef je bewust aandacht aan je blauwe brein?

Vind je deze informatie interessant?
Ik geef coachtrajecten en trainingen in de natuur. Neem contact op voor een gratis intake, een coachwandeling in de natuur of een belafspraak: 06 41867501; oda@rewildyourself.nl

Bronnen:
* Jules Pretty, Mike Rogerson and Jo Barton, Green Mind Theory: How Brain-Body-Behaviour Links into Natural and Social Environments for Healthy Habits, Int. J. Environ. Res. Public Health 2017, 14(7), 706; doi:10.3390/ijerph14070706 //www.mdpi.com/1660-4601/14/7/706/htm
* Paul Gilbert, The Compassionate Mind, 2009,
* Daniel J. Siegel, Mindsight, The New Science of Personal Transformation, 2010

 

Mijn avontuur begint op het Kootwijkerzand

Mijn avontuur begint op het Kootwijkerzand

Paula Verkuijl, verpleegkundig specialist, deed mee aan de trainingsmidweek en schreef dit mooie verhaal. 

De afgelopen dagen heb ik samen met wandelcoach en natuurtrainer Oda Salomons de natuur gevoeld, gehoord, geroken, geproefd en met een nieuwe blik gezien.

‘Een kwartier later dan ik had gezegd, kom ik aan bij camping Harskamperdennen waar Oda mij staat op te wachten. De Veluwe is een van mijn lievelingsplekken om te kamperen. Ik voel me gehaast en gestrest. Oda stelt me gerust, ik ben van harte welkom. De tent staat opgezet en mijn spullen kan ik gelijk wegzetten.

Ik voel me direct welkom en op mijn gemak. We drinken eerst wat bij de tent waarna Oda mij de camping laat zien om een indruk te krijgen van de omgeving. Ik voel dat ik langzamerhand tot rust kom waardoor ik meer open ga staan voor wat ik om mij heen zie. Het begint zachtjes te regenen, de zon gaat onder en de maan komt tevoorschijn. Bij de tent is een grote shelter waaronder we kunnen schuilen en kletsen. Ik voel me rustig aan lekker doezelig worden. Even later maak ik me klaar voor een nacht in de tent met het rustgevende geluid van de regen op het tentdoek.

Training Neem het avontuurlijke pad
De volgende ochtend staat een heerlijk ontbijt klaar, yoghurt met muesli en banaan en een kop koffie. Wat een heerlijk begin van de dag, met mijn gezicht in het zonnetje en goed gezelschap.
‘Wat is je gevoel uitgedrukt in een weertype?’ vraagt Oda.
‘Ik voel me een kalme beek die rustig kabbelt langs de oever.’
‘Wat is je verlangen naar avontuur, wat je wil doen binnen nu en drie dagen?’ vraagt ze.
Het eerste wat in mij op komt, is bij zonsopgang een duik in de zee nemen. Door deze oefening leer ik dat ik naast mijn verplichtingen ruimte mag maken om iets te doen waar ik naar verlang, maar tot nu toe geen stap in heb kunnen zetten. Ook ben ik mij er meer bewust van geworden dat ik een intern verlangen heb om iets ‘geks’ te willen doen. Samen met mijn kinderen deden we dat op vakantie wel, bijvoorbeeld ‘s ochtends pizza eten of om negen uur ‘s avond een duik nemen in de Weisensee.

Hoe kan ik meer avontuur in mijn dagelijks leven brengen? Ik laat symbolisch zand als losse korrels door mijn vingers glijden en laat blokkades achter mij. Mijn verlangen naar iets doen waar ik energie van krijg, symboliseer ik met de kracht van een steen.

Radio Kootwijk

Grenzen stellen
De volgende dag maken we een wandeling door het bos naar het Kootwijkerzand. Deze ochtend is het thema: ‘Grenzen stellen met zelfcompassie’.
We lopen het bos in en ik voel mij als een tropische warme zachte bries. Tijdens de wandeling word ik me er meer bewust van dat ik aandacht mag schenken aan signalen die mijn lichaam afgeven.
Aandacht voor mijn lichaam via een bodyscan, zorgt ervoor dat ik merk dat mijn grens aan het licht wil komen, de eerste fase van bewustwording.

Oda onderbouwt met wetenschappelijke literatuur hoe mensen reageren in onverwachte situaties. Ieder mens heeft drie systemen om emoties te verwerken en reageert vanuit een van deze systemen: een gevaarsysteem, een jaagsysteem of een zorgsysteem. Het gevaarsysteem zorgt voor zelfbescherming, het is de vecht-, vlucht- of bevriesrespons. Het jaagsysteem is gericht op bevrediging van behoeften. Het zorgsysteem krijgt ruimte wanneer er niets hoeft, het gevaar is geweken de honger is gestild. Het richt zich op verbinding, harmonie en welzijn.

Ik leer dat deze processen een rol spelen in ieders leven en eenieder verschillend reageert in situaties. Als mijn gevaarsysteem getriggerd word, reageer ik soms impulsief of trek ik mij terug. Ik leer tijdens de wandeling hoe ik beter voor mijzelf kan zorgen. In gedachten ga ik naar een veilige plek, waar ik rust en kracht ervaar. In situaties waarin ik mij bedreigd voel, of als ik over mijn grens laat gaan, kan ik mijn poort sluiten. Ik heb een keuze om vanuit een andere invalshoek te reageren. Ik heb invloed op mijn manier van denken en niet op dat van anderen.

Aan het eind van de training vraagt Oda weer te beschrijven hoe ik me voel in de vorm van een weerbericht. Ik voel me als een tornado, vol emoties en gedachten. Ik bevind me in het oog van de tornado en kijk rustig toe naar wat er om en in mij heen gebeurt, zonder er door meegesleept te worden.
Na de wandeling komt een moment van rust. We liggen in het zand, mijn gezicht in het zonnetje, ik sluiten mijn ogen en dan…. even niks.

Ontluikende bloem
Ik heb twee prachtige en zeer waardevolle wandelingen gemaakt. Oda, ik wil je met heel mijn hart danken voor je veilige, inspirerende, betrokken en professionele wandelingen met daarbij aandacht voor mij als persoon en de mogelijkheid om me te kunnen ontwikkelen.
Ik voelde mij als een bloem die langzaam open ging, mijn zintuigen namen de omgeving waar, ik rook alles wat voorbijkwam en mijn ogen richtte zich naar het zonlicht.
De ontwikkelingen die ik na onze mooie dagen heb ervaren wilde ik graag delen met deze woorden.

Eventmanagers komen tot rust in het Amsterdamse Bos

Eventmanagers komen tot rust in het Amsterdamse Bos

‘Hoe is de verhouding tussen actie, rust en stilte op een normale werkdag?’ vraag ik de eventmanagers. We staan tussen het hoog opgeschoten riet, een wielewaal zingt zacht zijn lied op Vogeleiland in het Amsterdamse Bos. Op uitnodiging van Viola Rudelsheim van ATPI Corporate Events geef ik hier de summercourse ‘Omgaan met hoge werkdruk’ aan het Genootschap voor Eventmanagers, samen met natuurtrainer Ellen Ruifrok.

We hebben net ervaren hoe ons lijf voelt in de cirkels van actie, rust en stilte. In de actie is de spanning het hoogst, bij rust en stilte het laagst.

Eventmanagers moeten veel dingen regelen, werkzaamheden op elkaar afstemmen en werken met strakke deadlines. Het is ook verleidelijk om in de actiestand te staan. Je krijgt veel dingen gedaan, en onze werkgevers zijn tevreden over ons. Het vak vraagt echter ook om creatief naar oplossingen te zoeken of nieuwe dingen te bedenken.

We struinen door de heemtuin, langs struiken met oranje en paarse bessen en stekelige duindoorns. We proeven wilde bosaardbeitjes en laten ons betoveren door de met water omheinde natuurtuin vol wilde planten en met veel gevoel voor schoonheid aangelegde paadjes en houten banken.

‘In de cirkels van rust en stilte heb je vanzelf toegang tot je creativiteit’, vertel ik. ‘Ons brein komt in de ruststand te staan. Hoe vaker je rust neemt, hoe sterker dit fundament wordt. Ook al heb je stress voor een deadline, je voelt je tegelijk ook rustig en stevig. ’

De eventmanagers willen vaker op de dag de pauzeknop indrukken, bij vrijwel iedereen is de actiecirkel het grootst. Ze ervaren vaak in hun lijf een gevoel van spanning. Als ik vraag welke stap ze gaan nemen om de cirkel van rust te vergroten ontstaat een mooie discussie over wat ‘rust’ voor hen betekent. De een komt tot rust door een boek te lezen op de bank. De ander juist door te sporten of te wandelen in de natuur.

Wat gaan de eventmanagers anders doen?

  • ‘Ik ga vaker thuiswerken. Dan zit ik niet in de drukte van de kantoorjungle en kan ik me langer concentreren op een taak.’
  • ‘Ik ga mijn ogen vaker in de “vrolijke stand” zetten. Ik heb net bij de oefening gemerkt dat ik me dan vanzelf positiever en rustiger ga voelen en meer schoonheid ga zien.’
  • ‘Buiten lunchwandelen geeft me meer stress dan achter mijn bureau snel een broodje eten,’ zegt een deelnemer. ‘Dan verlies ik te veel tijd. Ik zal dan nu wel een paar minuten naar mooie natuurbeelden gaan kijken tijdens de lunch.’
  • ‘Vaker naar muziek luisteren tijdens mijn werk.’ 

Na de training is een netwerkborrel met het Genootschap voor Eventmanagers bij het heemhuisje Vogeleiland. ATPI en in het bijzonder Viola Rudelsheim, dank voor deze perfect georganiseerde middag en uitstekend gekozen locatie waardoor iedereen tot rust kon komen. De speelse natuurplek nodigde uit om te leren en te experimenteren met nieuw gedrag.

Waarvan kom jij van tot rust? En jij? Hoe kun jij gedurende de dag vaker de pauzeknop indrukken? Bedenk drie dingen en laat het toeval beslissen wat je vandaag gaat doen. Ik ga zo een lunchwandeling maken, zet mijn blik in de vrolijke stand en probeer met een zachte brede open focus de omgeving te observeren.

Wil je ook iets doen aan de hoge werkdruk in je team? Neem contact op voor een vrijblijvend intakegesprek: Oda Salomons, 06 41867501; oda@rewildyourself.nl

Copyright afbeelding 1, 2 en 4: ATPI Corporate Events NL

Natuur trainers Ellen Ruifrok en Oda Salomons

Boomstambank op Vogeleiland

De brug naar Vogeleiland

Het heemhuisje bij Vogeleiland

Veel vogels in de buurt is goed voor je gemoed en je gezondheid

Veel vogels in de buurt is goed voor je gemoed en je gezondheid

Ben je vaker dan je lief is onrustig of in een slecht humeur? Maak je tuin, balkon of werkplek een walhalla voor vogels. Mensen die in buurten wonen met meer vogels, struiken en bomen hebben minder last van gevoelens van angst, depressie of stress ontdekten onderzoekers van de Universiteit van Exeter, Universiteit van Queensland en het Britse Trust for Ornithology.

Hoe meer vogels, hoe beter
In het onderzoek werden vooral veel voorkomende vogelsoorten waargenomen, waaronder merels, roodborstjes, koolmezen en kraaien. De studie vond geen relatie tussen de vogelsoort en de mentale gezondheid. De meeste mensen zijn niet zo goed in het benoemen van vogelsoorten. Het maakt dan ook niet uit naar welke vogels je kijkt.

Wel vonden ze een verband met het aantal vogels dat men kon zien in de wijk. Hoe meer vogels mensen in hun buurt zagen, hoe meer ontspannen ze zich voelen.

Woon- en werkplezier
Het effect van het kijken naar vogels was even groot in de stad als in meer groene omgevingen. Naar vogels kijken heeft een positief effect op je psyche ongeacht de buurt waar je woont, het gezinsinkomen, leeftijd, etniciteit en een breed scala aan andere sociaal-demografische factoren.

Onderzoeker Daniel Cox stelde in eerder onderzoek vast (Cox en Gaston 2016), dat door te kijken naar vogels mensen zich ontspannen en zich meer verbinden met de natuur. Meer vogels in stedelijke omgevingen, verhoogt ons welzijn, gezondheid en woon- en werkplezier.

Oefening: Kijk uit je raam
Werk je vandaag binnen? Neem een pauze en kijk eens rustig uit je raam naar de vogels in de lucht, in je tuin of op je balkon.

Spreekt deze informatie je aan? Neem contact op voor een training of coachtraject in de natuur.
oda@rewildyourself.nl

Bronnen:

– Daniel T. C. Cox, Danielle F. Shanahan, Hannah L. Hudson, Kate E. Plummer, Gavin M. Siriwardena, Richard A. Fuller, Karen Anderson, Steven Hancock, Kevin J. Gaston. Doses of Neighborhood Nature: The Benefits for Mental Health of Living with NatureBioScience, 2017; biw173 DOI: 10.1093/biosci/biw173
– Watching birds near your home is good for your mental health: People living in neighborhoods with more birds, shrubs and trees are less likely to suffer from depression, anxiety and stress. ScienceDaily, 25 February 2017. www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170225102113.htm.
– Daniel Cox, Kevin J. Gaston, 2016, Urban bird feeding: Connecting people with nature, PLOS ONE, 11, (art. e0158717). (1 December 2016 //dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0158717)

 

Waarom ik weer ging kamperen

Waarom ik weer ging kamperen

Het moment dat ik besloot met mijn kinderen te gaan kamperen weet ik nog precies. Ik keek online naar een aflevering van Family Matters waarin verslavingsgoeroe Keith Bakker een groep ontspoorde tieners en hun ouders drie weken meeneemt naar een ranch op een afgelegen plek in de Pyreneeën, waar de kinderen samen met hun ouders in een yurt slapen. Voor een opdracht gaan de gezinnen op survival. We zien hoe de zestienjarige gameverslaafde Mike onhandig zijn tas met spullen pakt. Hij kan zelfs zijn slaapzak niet in de hoes krijgen. Zijn vader helpt hem uiteindelijk toch weer.

Gameverslaafd
Mike speelt thuis dagelijks al jarenlang acht tot veertien uur per dag het spel World of Warcraft, een spel waarin je samen met anderen tegen ‘het kwaad’ strijd. En in de tijd dat hij aan het gamen is, ontwikkelt hij zich niet. Hij doet immers geen dingen die gewone jongens wel doen, voetballen, fietsen, stoeien, kanoën, salamanders zoeken bij de kreek. Allemaal manieren waarop kinderen met hun emoties om leren gaan en grenzen leren kennen. Mike kan dat niet. Hij is een gewelddadige game-junk.

We zien hoe hij de yurt kort en klein slaat en zijn ouders uitscheldt, nadat hij van hen te horen heeft gekregen dat ze thuis het spel van de computer halen. Zijn vader, die geen ruzie wil, kijkt hulpeloos weg. Ik word plaatsvervangend kwaad en roep tegen het scherm: ‘Stel toch eens een grens man, hoe ver moet je zoon gaan voordat je regels stelt?’
‘Hier kan ik dus niet mee omgaan,’ zegt de vader buiten tegen zijn vrouw.
‘Nee,’ zegt ze, ‘dat kan jij niet. Dit is wat ik thuis elke dag meemaak.’

De kunst van het kamperen
In een flits zie ik voor me hoe mijn zoon straks op zijn schoolkamp zit te hannesen met zijn slaapzak. Dan is er geen ouder in de buurt die het wel even voor hem regelt. Met een schrok realiseer ik me dat ik een belangrijke familietraditie niet aan mijn kinderen heb door gegeven: de kunst van het kamperen. Om ze te laten beleven dat ze geen spullen, tv of games nodig hebben. Dat je niets nodig hebt om buiten te overleven en ervan te genieten, behalve voedsel, wat te drinken en een schuilplaats om warm te blijven. Dat kamperen iets is om naar uit te kijken. Het eerste wat mijn kinderen doen als ze ’s ochtends wakker worden of als ze ’s middags uit school komen is achter een apparaat gaan zitten, net als Mike. Hoe kon het dat ik iets waar ik zo van hield niet meer gedaan had sinds ik zwanger werd van mijn oudste zoon? Ik had gefaald als moeder.

Ik vond het gedoe, te veel moeite. Ik durfde niet alleen met de auto op pad. Ik had geen kampeeruitrusting, mijn man wilde niet mee. Allerlei redenen had ik om niet te gaan. In de weekenden was ik bezig met klussen in huis. In de natuur zijn, een boswandeling maken, daar was geen tijd meer voor, het was tijdverspilling. Er moest nog zoveel gebeuren. ’s Middags maakte ik op mijn werk vaak een ommetje, maar nu werkte ik door, want dat verslag moest echt af. Ik leverde vrije tijd in, slaaptijd in, en toch bleef ik te weinig tijd houden. Ik was alleen nog maar bezig om zo veel mogelijk activiteiten op een zo kort mogelijke termijn te vervullen.

Vertragen en luisteren
In de dagelijkse drukte van ons leven vergeten we vaak om te vertragen en te luisteren naar het gezang van vogels of te worden geraakt door de fel oranjerode tinten van de herfstbladeren. Dat zijn dingen waar ik aandacht voor heb als ik ergens mijn tentje opsla en ik de volgende ochtend de citronella nog kan ruiken van de kaarsen die we de avond ervoor aandeden om de muggen te verjagen. Het is natuurlijk een kwestie van perspectief. In de natuur zijn hoort niet thuis in de categorie vrije tijd, maar in de categorie gezondheid. Om gezond te blijven, te bewegen, te dagdromen, mijn zintuigen te stimuleren moest ik juist in de natuur zijn.

En waar ik me eerst helemaal leeggezogen voelde, begon ik me langzaam aan weer op te laden. Zaaide dille en kamille in de tuin. Extra tijd kreeg ik niet door te versnellen, want die tijd vulde zich meteen met andere activiteiten. Echte tijdsbesparing lukte alleen door minder te doen, niet meer. Geen ramen meer lappen, de tuin een wildernis laten worden, zo min mogelijk strijken. Ik besefte dat ik zelf het goede voorbeeld moest geven. Als ik al geen tijd heb om in de natuur door te brengen, hoe kunnen mijn kinderen dat dan wel hebben? Ook dat was een belangrijke reden om te gaan kamperen.

Familieweekend in Zeewolde
We komen als eersten aan op het natuurkampeerterrein De Dasselaar bij Zeewolde. De bossen lijken eeuwenoud door de vruchtbare zeebodem, maar ze zijn er pas vijftig jaar. Van een vriendin heb ik tentjes geleend, die we in drie seconden op kunnen zetten, langzamer leren leven kost tijd. Al snel vind ik ons kampeerweitje tussen de noten- en appelbomen.

Vrijwel het eerste wat mijn dochter doet als ze rondscharrelt in het bos, is op zoek gaan naar een bijzonder schuilplekje. Struikgewas wordt onderzocht om te kijken of het te gebruiken is. Tien minuten later komt mijn zus en haar gezin aan, voor wier verjaardag ik dit kampeerweekend met de familie heb georganiseerd. Het is haar eerste verjaardag die we zonder mijn moeder vieren.

Unplug
‘Kom jongens, apparaten uit, ga lekker voetballen,’ roep ik door het autoraampje.
‘Ik speel liever binnen, want daar zitten alle stopcontacten,’ antwoordt de oudste geïrriteerd. Ze reageren meestal chagrijnig als een apparaat uit moet, alsof je een speentje uit de mond van een baby trekt.

In mijn uppie begin ik de tenten op te zetten. Mijn zoon biedt aan te helpen als hij daarna op zijn apparaat mag. Dat is het ergerlijke van die dingen, ze kunnen zelf niets meer verzinnen om te gaan doen. Ik zeg hem dat het geen computertijd meer is en moet wel iets wegslikken als hij zich omdraait, in een stoeltje neerploft en verdere medewerking weigert. Waar is het mis gegaan? We zitten op een prachtig terrein, de andere kinderen rennen rond met takken of maken zandtaartjes van modder.

‘s Nachts in het donker naar de wc
Na een uurtje als toeschouwer op een kampeerstoel te hangen, komt hij toch in beweging als zijn kleine nichtje hem vraagt mee te doen met verstoppertje. Mijn vader en broers zijn inmiddels ook gearriveerd met hun gezinnen. Mijn vader van tachtig slaapt in de vouwcaravan die nu van mijn broer is, maar waarmee hij jarenlang met mijn moeder door Europa trok, totdat ze uiteindelijk een plek bovenop een berg vonden in het zuiden van Frankrijk waar ze jaarlijks terugkeerden. Dit was wel de laatste keer in de vouwcaravan, zegt hij de volgende ochtend. Voor hem hoeft het niet meer: ’s nachts in het donker over de camping naar de wc.

Ik vraag of iemand vast hout wil sprokkelen voor de vuurkorf. Mijn zoon neemt als oudste de leiding en trekt met een schare kinderen achter zich aan het bos in, waar varens onder de bomen oplichten in gele vlakken en fluweelzachte mossen op de bomen groeien. Ze sprokkelen hout, maken jacht op een konijn. De stapel hout wordt steeds hoger.
We steken het vuur aan, de kinderen zoeken takken waar we brooddeeg omheen wikkelen en boven het vuur roosteren. We dromen weg in de avond. De rook van het vuur geeft een zacht schijnsel op de gezichten. We horen alleen nog de geluiden van de natuur. Dan zijn de broodjes klaar en we praten, zingen en vertellen elkaar grappen. Ik leg een warme fleecedeken om mijn vaders schouders. Hij zit er een beetje kouwelijk bij, maar zijn ogen hebben een zachte blik.

Waar is mijn zoon gebleven?
Van de jongenstent staat de rits nog open, maar de tent is leeg. Ik heb nog zo gezegd dat ze de tent goed moesten afsluiten, het is al een beetje klammig binnen. Bij het toiletgebouw zit hij op de bemodderde grond met zijn apparaat aan het infuus, het enige stopcontact hier op de natuurcamping. Het lijkt alsof offline zijn, de grootste angst onder jongeren is geworden. Had ik nou echt verwacht dat hij een weekend lang de elektronica links zou laten liggen?
Ik vraag hem of hij net zo wil worden als de gameverslaafde Mike. Hij kijkt even omhoog en verzucht ‘Mam, jij overdrijft altijd zo.’
‘Kom je niet gezellig warme chocolademelk drinken bij het vuur?’ dring ik aan.

Wat doet de natuur met de gameverslaafde Mike?
Hij blijft niet onberoerd voor het verbluffende berglandschap, de mistige ochtenden, de zacht hinnikende paarden met hun vriendelijke ogen. Thuis kan Mike zich op zijn kamer opsluiten en gamen maar in de wildernis kan hij niet ontsnappen. Lukt het Keith en zijn coaches om door zijn verdediging van zwijgen en terugtrekken heen te breken?

Het gebrek aan contact tussen Mike en zijn ouders is schrijnend. Mike zegt dat hij zijn ouders haat sinds ze hem op zijn twaalfde zes weken uit huis geplaatst hebben en sindsdien geen band meer met ze heeft. Hoe kan het ooit nog goed komen? Een gameverslaving schijnt nog erger te zijn dan een coke- of heroïneverslaving. Als je gamet vergeet je de vervelende werkelijkheid en beleef je vooral positieve gevoelens. Het is verleidelijk om steeds weer die roes op te zoeken. Mike blijft echt niet van het spel af als ze weer thuis zijn.

‘Ik ben gestopt met leven naast de computer,’ zegt Mike. Gamen ís zijn leven. Verder kan hij niets, geen huishouden of financiën doen, geen vrienden maken.
Als de vader van Mike zijn zoon na het vergevingsgesprek eindelijk aanraakt en Keith Bakker zegt ‘Dit is een mooi moment,’ lopen de rillingen langs mijn rug. Waarom raakt deze scene me zo? Dit is toch goedkope tv-kitsch? Er is gemonteerd, geknipt, maar de emoties lijken wel oprecht. Stiekem hou ik als afvallige van dit soort wonderen. Net zoals ik als kind zondagochtend verplicht op de eerste rij in de kerk zat en we onze schulden moesten belijden. Als je er maar eerlijk vooruit kwam, werden je zonden altijd vergeven.

Wachtend bij het kampvuur
Raakt het misschien aan mijn verlangen naar erkenning? Ook mijn ouders wisten niet hoe ze met een lastige puber om moesten gaan. Ik zette me af tegen de gezellig samenzijn-terreur en trok me zo vaak mogelijk terug op mijn kamer, net als Mike, niet om te gamen, we hadden nog geen apparaten, maar om in mijn dagboek te schrijven, te lezen, muziek te luisteren, terwijl mijn moeder beneden bleef wachten met kopjes thee, zelfgebakken zandkoekjes en een spelletje dubbel patience. Eigenlijk net zoals ik met chocolademelk bij het kampvuur op mijn zoon wachtte die niet kwam.
Misschien is dat het lot van puberouders, je verlangt naar contact met je kinderen, maar zij zoeken iets anders. Ze zijn meer bezig met hun binnenwereld dan met wat zich daarbuiten afspeelt.

De kinderen liggen in bed, ik kruip in mijn slaapzak en hou het tentdoek nog even open om naar buiten te kijken. Een konijntje schiet schichtig langs de vuurplek waar de kooltjes nog na smeulen. Een paar sterren staan helder aan de hemel, anderen beginnen op te lichten. De maan verlicht vaag de toppen van de fruitbomen. Vreemd dat deze bomen jonger zijn dan ik ben. Mijn vader doet zijn lantaarn in de vouwcaravan uit. In de tent van mijn zoon brandt nog het lichtje van zijn apparaat, de bliebjes klinken door in de stilte van de avond. Moet ik het afpakken? Nee, ik heb geen zin in ruzie. Zachtjes snurkt mijn dochter naast me en praat even in haar slaap. Hoeveel kampeertochten moet ik nog maken voordat hij zonder zijn apparaat kan?

 

Raakt dit verhaal je? Wil je meer weten over mijn coachtrajecten en natuurtrainingen?

Stuur me een mailtje dan neem ik persoonlijk contact met je op: oda@rewildyourself.nl