06 41 86 75 01 oda@rewildyourself.nl
Hoe kun je als wandelcoach mensen professioneel begeleiden met burn-out?

Hoe kun je als wandelcoach mensen professioneel begeleiden met burn-out?

Kun je als wandelcoach iemand professioneel begeleiden met een burn-out? Als coach mag je immers geen diagnose stellen. Hoe kunnen we mensen dan helpen? Dat zijn vragen waar veel wandelcoaches mee worstelen. Coaches krijgen in de media regelmatig het verwijt dat iedereen zich maar coach mag noemen en dat ze maar wat doen.
Oda Salomons is wandelcoach, psycholoog en trainer en geeft bij Het Coachbureau van Hilde Backus de verdiepende training Wandelcoaching bij stress en burn-out. Oda schreef dit artikel en helpt je keuzes te maken.

Robert

‘Mijn burn-out was vijf jaar geleden en ik ben nog steeds niet de oude,’ vertelt Robert. Het is een warme zomerse avond in juli. Ik heb vakantie en zit met twintig andere gasten aan het diner op een heerlijke plek in de Ardèche, bovenop een berg met uitzicht op het groene dal. De wind neemt een vleugje tijm mee, vermengt met frisse dennengeuren. Robert is hier samen met zijn vrouw en pubers; een lieve vriendelijke man. Mijn hart gaat naar hem uit.

‘Ik kon niet meer terug naar mijn oude baan, alleen de gedachte gaf me al stress. Nu kan ik nog steeds mijn hoofd moeilijk bij dingen houden en ik kan best weinig hebben,’ vertelt hij verder. ‘Als ik bijvoorbeeld met de auto verkeerd rij, word ik soms woedend. Ik ga schelden, over de trambaan rijden. Waar ik zo van baal is dat ik dan ook sta te brullen tegen mijn kinderen. Zo was ik eerder nooit.’

‘Sorry hoor,’ zegt hij, ‘jij bent toch burn-outdeskundige?’
‘Ja,’ lach ik, ‘ik heb me er flink in verdiept, opleidingen gevolgd en ondertussen ook al behoorlijk wat mensen weer op weg geholpen. Ik geef er ook trainingen in. Ik vind het een bijzonder interessant thema.’

Robert vertelt dat hij al een tijd bij een psychiater loopt en al veel therapieën achter de rug heeft.
‘Weet je hoe het werkt met stress?’ vraag ik.
‘Eh, nee, klinkt ingewikkeld,’ zegt hij met een zucht. Ik weet wel dat ik rust moet nemen, een programma moet aanhouden, maar ik heb ook ADHD en zo’n programma lukt me niet. Ik houd het niet vol. Ik ben nu begonnen met het ontwerpen van lampen. Ik zit dan zo heerlijk in een flow te werken, weet je, dan wil ik helemaal niet stoppen.’
‘Zal ik je later deze week wat vertellen over het stress-systeem, het is eenvoudig hoor,’ vraag ik? Dat wil hij wel.

Stress is goed

Later die week zitten we met een groep gasten op een idyllisch plekje aan een groen bassin met ijskoud water en een klaterende waterval, na een sprookjesachtige tocht langs wilde orchideeën, kastanjebomen, paarse klaver en fluitenkruid. Esther, de vrouw van Robert en ik hebben net de kou getrotseerd en zijn het water in gedoken om de waterval te zien. Als we op het gras neerploffen vragen ze me meer te vertellen over hoe dat nou werkt bij stress.

Elke waarneming gaat eerst langs de checker in ons brein. Dat is een soort veiligheidsfilter die checkt: is de situatie bedreigend of niet? Bij enige vorm van bedreiging ontstaan gevoelens van woede, angst of walging. Dat is een heel normale reactie op het waarnemen van bedreiging. Sterker nog, het is essentieel voor onze overleving. De vecht- of vluchtreactie gaat aan. Net zoals bij Robert achter het stuur de vechter in hem wakker wordt.

Onze hersenen geven direct signalen af aan ons lichaam, de stresshormonen nemen toe. Adrenaline om snel in actie te komen en cortisol om gedurende langere tijd in de actiestand te kunnen staan. Het lichaam komt in een staat van paraatheid. We zijn alert, hebben een hyperfocus, allemaal heel behulpzame reacties in een bedreigende situatie. Stress is daarmee ook goed voor ons, het zet je op scherp, maakt je sneller en alerter.

Ons stress-systeem is aangepast aan overleven op de Savanne

Een heel behulpzaam systeem dus, maar het is bij veel mensen over-ontwikkeld. In de training ‘Wandelcoaching bij stress en burn-out’ bespreken we wat het betekent om in een op prestatiegerichte en competitieve omgeving te werken, terwijl we floreren als we samenwerken en elkaar ondersteunen. De maatschappij is veeleisend en we zijn dat zelf ook. Dat voelt vaak als bedreigend. We schieten in de stress. We leven met een stress-systeem dat niet is aangepast aan het huidige hectische leven, het is nog hetzelfde als toen we rondzwierven over de Savanne. Als het systeem altijd aanstaat, ga je je steeds naarder voelen, het lukt soms niet meer om te ontspannen, voor jezelf op te komen of om helder na te denken.

Als je chronisch gestrest bent, raak je nog eerder gestrest. Je bent al geïrriteerd bij alledaagse situaties of je wordt woest of schrikt je kapot. Als je collega iets vraagt, kun je al uitvallen. Als je moet kiezen tussen wel of niet een weekend weg, kun je eeuwig twijfelen en misschien wel in huilen uitbarsten. Je systeem is zo overbelast geraakt dat iedere kleine verandering of keuze voor paniek kan zorgen. Achteraf kun je vaak wel een goede reactie bedenken, maar op het moment zelf niet.

Het kalmeringssysteem aanzetten

Esther en Robert kijken elkaar aan. ‘Je bent ongelooflijk lief,’ zegt Esther, ‘maar we hebben last van je onverwachte woede-uitbarstingen. Het is zo lastig om er met je over te praten.’
Robert streelt de kop van zijn hond. ‘Ik weet dat ik onredelijk ben. En ik kom haast niet tot rust als ik zo woest ben.’

De eerste stap is leren herkennen dat je je bedreigd voelt door iets of iemand. En dan je kalmeringssysteem aanzetten. Dat begint met een paar keer rustig adem te halen.
Ons kalmeringssysteem is het gebied van het zijn, je verbinden met anderen, en een activiteit doen waarvan je tot rust komt. Voor iedereen is dat weer iets anders: met de groep in de natuur zijn en lekker op het gras liggen, een wandeling maken, een berg beklimmen, een boek over de Romeinen lezen.

De hond van Robert ploft na een verkenningsrondje weer naast hem neer en hij aait de hond die tevreden bromt. Robert kalmeert van de hond, en van het wandelen door het bos, geeft hij aan. Ook is hij met een vriendengroep een bedrijf begonnen, met zijn handen is hij nu mooie lampen aan het creëren, wat hem veel voldoening geeft.

Wat voeg je toe als wandelcoach?

In de training ‘Wandelcoaching bij stress en burn-out’, stel ik graag de uitdagende vraag: kun je wel iemand coachen met een burn-out? Als coach mag je immers geen diagnose stellen, hoe kunnen we mensen professioneel helpen? En als mensen er ernstig aan toe zijn, mág je ze dan wel helpen? Dat zijn de vragen waar veel wandelcoaches mee worstelen. Coaches krijgen in de media regelmatig het verwijt dat iedereen zich maar coach mag noemen en dat ze maar wat doen.

Wat is je expertise?

We komen er tijdens de training op uit dat het belangrijk is om onderscheid te kunnen maken tussen wat bij jouw expertise hoort en wat niet, en dat goed af te bakenen. Als professioneel coach ga je geen trauma of depressie coachen, dat is een grens. Je verwijst je coachee naar de huisarts die beoordeelt wat er nog meer nodig is. Weet dus helder wat jouw expertise is, zoals weten wat een burn-out nu eigenlijk precies is, begrijpen hoe het stress-systeem werkt, weten in welke fasen iemand in een burn-out raakt, je coachees vruchtbaar kunnen begeleiden bij het herstel zodat ze weer regie krijgen over hun leven. En begrijpen hoe de natuur werkt.
Onderzoek, literatuur over chronische stress en mijn coachervaring ermee, wijzen erop hoe belangrijk het is om eerst aan fysiek herstel te werken, de overleefrespons leren herkennen en afremmen, zodat mensen zich weer veilig in hun lijf gaan voelen.** Dat is ook het expertisegebied van de wandelcoach bij chronische stress.

We bespreken in de training dat wanneer je kijkt naar de tijdlijn verleden, heden en toekomst, de professionele wandelcoach zich bevindt in het gebied tussen heden en toekomst. Waar sta je nu en waar wil je naar toe? Natuurlijk hebben we aandacht voor belemmeringen, maar altijd in relatie tot hoe ze in het heden een belemmering vormen om in beweging te komen.

Wandelen

Vrijwel elke wandelcoach die mensen met chronische stress en burn-out begeleidt moedigt hen aan om elke dag te wandelen, omdat dit een van de effectiefste manieren is om stress te verwerken. Maar je kunt wel zéggen dat mensen moeten gaan wandelen, effectiever is het om dit samen met je coachees te gaan doen. Dat is precies het gebied waar wij als wandelcoaches het onderscheid maken. Je kunt daardoor heel goed paden naast elkaar laten bestaan, de psycholoog (of andere hulp) en de wandelcoach. Door het wandelen ervaren coachees direct het effect van de natuur op hun zenuwstelsel. Laten ervaren (experiential learning) is een van de krachtigste manieren van leren.

Natuur

Als wandelcoach werk je aan de basis van het probleem: gezond omgaan met stress en je weer veilig leren voelen. Naast bewegen is de natuur hierbij behulpzaam. Wandelen in de natuur zet het kalmeringssysteem aan, soms meteen en soms helpt het je coachee om (thuis) wat langer te wandelen. De aandacht raakt meer open, de natuur roept niet dat je van alles moet er is ruimte voor creativiteit. In de natuur voelen we ons vaak veilig en verbonden en dat remt dat je je bedreigd voelt. Je coachee krijgt weer zin om mensen te ontmoeten, bloeit op en zet stappen op het pad van herstel.

De schakelaar ontdekken

Een paar dagen later spreek ik Robert weer. De diepe lijnen in zijn gezicht lijken wat verzacht. We bungelen met ons benen in het zwembad, de zon schijnt en onze gastheer Roel brengt ons een feestelijke cocktail Ballon cuarenta y tres.
‘Weet je, ik krijg het wat beter door wanneer ik me bedreigd voel,’ zegt hij. ‘We gingen vandaag kajakvaren op de Gorges de lʼArdèche. We naderden een smalle stroomversnelling, plots duikt een kajak naast me op en haalt me in. Ik schrok me kapot en werd meteen woest, want nu kon ik er niet door! Ik begin de man uit te schelden. De man keert zijn boot en vaart mijn kajak klem tussen de rotsen, ook dat nog. Op dat moment realiseer ik me dat ik aan het vechten ben. Ik haal een paar keer diep adem, excuseer me en leg uit dat ik van hem schrok. Ik baal nog wel dat hij me klem zette tussen de rotsen, want met veel moeite kreeg ik de kajak er weer tussenuit.’

Tweedaagse Training Wandelcoaching bij stress en burn-out op data

De coronacrisis hakt er bij veel mensen in: 16% procent is uitgeput vanwege de hoge werkdruk en 11% procent zit tegen een burn-out aan. Bij 21% is het ziekteverzuim op het werk gestegen blijkt uit recent onderzoek van het CNV*. Schokkende cijfers worden het genoemd. Dat betekent dat meer dan een miljoen medewerkers onder hoge druk staan. Ook veel zorgpersoneel zit heeft vermoeidheids- en burn-outklachten.
Mensen zijn gebaat bij een wandelcoachtraject, ze leren gezond omgaan met stress. De tweedaagse training ‘Wandelcoaching bij stress en burn-out’ is een evidenced-based methode voor wandelcoaches om coachees met stress en burn-out professioneel te begeleiden. Het is een verdiepende training voor jou als je de Wandelcoach Opleiding volgt of volgde. Wil je meedoen? Op 6 en 27 november is de volgende training weer. Welkom! Meld je hier aan.

Bronnen:
*//www.cnvconnectief.nl/nieuws/onderzoek-cnv-werkdruk-hoger-dan-ooit-door-coronacrisis/
**Gilbert, Paul (2010), The Compassionate Mind, A New Approach to Life’s Challenges, Little Brown UK.
Gilbert wordt beschouwd als dé expert op het gebied van depressie en compassie. Hij onderzoekt in dit boek waarom we vanuit een evolutionair en sociaal perspectief zo sterk reageren op bedreigende situaties. In het eerste deel schrijft hij over het wetenschappelijk onderzoek naar compassie en legt hij uit hoe ons gevaar/zelfbeschermingssysteem, jaagsysteem en kalmeringssysteem werken. In het tweede deel geeft hij veel voorbeelden en inspirerende oefeningen hoe we onze mind kunnen trainen om meer compassie te voelen met onszelf en de ander.

Spreekt deze informatie je aan?

Misschien ben je geïnteresseerd in een coachtraject? Of een training op maat?

Neem contact op met Oda Salomons voor een gratis kennismakingsgesprek:

oda@rewildyourself.nl

+31 6 4186 7501

Voel juist niet wat een ander voelt!

Voel juist niet wat een ander voelt!

Waarom empathie voor professionals in de zorg de snelweg is naar een burn-out

Aan mijn coronapatiënt, een gezonde dertiger, moest ik bij opname op de intensive care vertellen dat er een kans was dat hij zou overlijden, vertelt de intensivist van een covid-afdeling aan De Volkskrant. Zijn patiënt begon heel hard te huilen en zei: ‘Ik heb een kind, dat kan niet.’

Op dat moment moest de arts even de kamer uit. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd. Maar de patiënt zat met zijn eigen emoties. Hij hoeft niet te zien dat ik die ook had.’

De dertigjarige patiënt is overleden.

De arts vertelt dat hij slecht heeft geslapen, hij vraagt zich af: ‘Wat hebben we gemist? Heb ik iets over het hoofd gezien? Er is soms geen peil te trekken op deze ziekte. Dit zijn de momenten waarop ik breek.’

Professionals in de zorg doen hun uiterste best om het menselijk leed te verlichten. Tegelijkertijd is er veel leed dat niet weg te nemen is. Invaliditeit, blijvende klachten na een behandeling, chronische ziektebeelden, overlijden van de patiënt, dat zijn vormen van leed die zorgverleners niet weg kunnen nemen. Hoe ga je als zorgverlener hiermee om?

De verhalen over de zorg aan coronapatiënten raken mij ook. Wat me opvalt aan het verhaal van de intensivist is hoe hij geconfronteerd wordt met zijn eigen emoties. Dat blijkt ook uit een onderzoek naar werkdruk van het CBS en TNO. Artsen staan in de top drie van beroepen met de hoogste werkdruk (samen met onderwijzers en koks), waarbij ze aangeven dat naast de lange werkweken die ze maken, het vak vooral emotioneel zwaar is. De zorgsector stond al lange tijd onder de druk, 15% heeft symptomen van burn-out, ze slapen slechter, piekeren veel, voelen zich emotioneel en mentaal uitgeput en leeg aan het eind van de werkdag.

Empathievalkuil
Wat zorgt ervoor dat het vak emotioneel zwaar is? En hoe kunnen zorgverleners zichzelf beschermen tegen hun emotionele reacties? Veel zorgverleners krijgen in hun opleiding geleerd hoe belangrijk het is om empathie te hebben met hun patiënten. Maar wat is het effect van empathie? De intensivist dacht aan zijn eigen dochter, hij ging in de schoenen van de jonge vader staan, en voelde welke heftige emoties dit teweegbracht waardoor hij de kamer verliet. Misschien denk je: dat is toch mooi, een arts die zo meevoelt met zijn patiënt.

Empathie put ons echter uit en is de snelweg naar burn-out, betoogt Yalepsycholoog Paul Bloom in zijn boek Against Empathy, the Case for Rational Compassion,Bloom is gespecialiseerd in de ontwikkeling van en het vermogen om onszelf en anderen te begrijpen, Hoe kan het dat zo’n prachtige eigenschap ‘je inleven in anderen’, door velen gezien als de ultieme bron van goedheid, zulke desastreuze gevolgen kan hebben?

Belangrijk om te noemen hier is wat we onder empathie verstaan. Empathie wordt meestal onderscheiden in emotionele en cognitieve empathie. Bij emotionele empathie voel je mee wat de ander voelt. Bij cognitieve empathie probeer je te begrijpen wat er in iemands hoofd omgaat, wat geeft hen pijn, verdriet, vreugde, zonder het zelf te voelen.

Voelen wat een ander voelt
Laboratoriumstudies laten zien dat wanneer mensen gevraagd wordt te voelen wat een ander voelt, de ervaring hen vaak ongelukkig en somber achterlaat. Breinonderzoeker Tania Singer ontdekte dat in het brein verschillende gebieden worden opgelicht bij voelen wat een ander voelt of begrijpen wat een ander voelt (cognitieve empathie).

Voor een studie vroeg Singer een groep proefpersonen iedere dag met gesloten ogen een kwartier lang empathie te voelen. Na die week stonden ze veel somberder in het leven. Als ze de proefpersonen vervolgens vraagt om niet in de schoenen van de ander te staan, maar compassie te voelen: emotioneel afstand houden en tegelijkertijd zo veel mogelijk warmte, zorg en liefde op te roepen, voelen ze zich een stuk beter.

Empathie en compassie in het brein
Singer zag dat in het brein totaal andere delen werden geactiveerd. Empathie activeert vooral de ‘anterior insula’ (het gebied dat zintuiglijke prikkels samenbundelt binnen een emotionele context). Bij compassie lichtte echter de ‘corpus striatum’ en de ‘orbitofrontale cortex’ op. Dit laatste gebied wordt ook wel de dirigent van ons brein genoemd. Het is het gebied van plannen, prioriteiten stellen, aandacht erbij houden, angst en paniek in toom houden, verleidingen weerstaan en adequaat reageren op stressvolle gebeurtenissen. Als we het leed van anderen voelen, raken we zelf gestrest en hebben we minder toegang tot dit deel van ons brein. Zo werkt onze overlevingsrespons.

Als de checker in ons brein een situatie als bedreigend markeert, slaat het vecht- en vluchtsysteem aan om ons voor te bereiden op actie. De pijn van anderen voelen werkt zoals een schakelaar in het brein: we voelen de emoties in ons lichaam en de toegang naar het denken raakt geblokkeerd. We schakelen over op onze automatische respons: vechten, vluchten of bevriezen.

Ik voel je pijn
Volledige emotionele empathie in de zin van ‘Ik voel je pijn’ is vermoeiend en uitputtend. Zo worstelen meevoelende en zorgverleners met hun beroep. En helpt het wel? Als we onszelf voorstellen in die situatie en aannemen dat de andere persoon hetzelfde zal voelen, dan neem je aan dat de ander gelijk aan jou is, en dezelfde ervaring zal hebben. Zegt het niet eerder iets over hoe wij de situatie beoordelen?

En als plaatsvervangend lijden de uitkomst is van empathie, is het dan een kracht om anderen te helpen? Zoals we zagen bij de arts die meevoelde met zijn patiënt en heel respectvol de kamer verliet, raken we eerder van streek door onze emoties. Het emotionele leed van anderen voelen brengt ons in een hoge staat van arousal, waardoor we moeilijker helder kunnen nadenken.

Kalm, professioneel, respectvol
Als we niet meevoelen met anderen, zijn we robotten, dan gaan we niet een band aan met onze patiënten of cliënten, werp je als zorgprofessional misschien tegen. Maar is dat zo? Mensen in nood willen respect, compassie, vriendelijkheid en aandacht. We willen dat de ander kalm is wanneer wij bang zijn, weten wat hen te doen staat, wanneer wij onzeker zijn. Als ik op de trauma-afdeling aankom, vraag ik niet om empathie met mijn leed, maar om actie om mij te redden, om mij juist te zien als een probleem dat opgelost moet worden om zo de best mogelijke zorg te kunnen geven.

We kunnen betrokken zijn bij de ander en begrip hebben, terwijl we tegelijkertijd emotioneel afstand houden van onze eigen gevoelens. Dit is een vaardigheid die je kunt leren. Wat we verstaan onder empathie – vriendelijkheid, compassie, sociale intelligentie – kunnen we bereiken door onze compassie te trainen. Het is bovendien niet zo dat empathie automatisch leidt tot vriendelijkheid, het is eerder zo dat het zich verbindt met vriendelijkheid die al bestaat, schrijft Bloom. Empathie maakt vriendelijke mensen betere mensen omdat vriendelijke mensen anderen niet willen zien lijden en empathie zet een spotlicht op het lijden van anderen. Empathie laat je lijden wanneer je geconfronteerd wordt met degenen die lijden, wat kosten met zich meebrengt en je minder effectief maakt in het helpen. Daarom werkt een empathietraining niet, en is een compassietraining superieur, betoogt Bloom.

Compassie daarentegen stimuleert prosociaal gedrag, je vergroot positieve gevoelens en veerkracht, dit bevordert het omgaan met stressvolle situaties. Dit is niet alleen gunstig voor de professionele hulpverlener, het helpt bij stresvolle omgeving in het algemeen.

Compassie heeft alle voordelen van empathie, zonder de nadelen
Een arts vertelt Bloom in zijn onderzoek naar empathie in de medische context: ‘Ik dacht dat ik minder behulpzaam zou zijn als ik mijn emotionele reactie op pijn af zou sluiten. Het verschil tussen empathie en compassie helpt me begrijpen dat emotioneel afstand houden geen slecht persoon van me maakt. Het is een opluchting dat ik actief mijn emotionele reactie af kan sluiten, zonder mijn compassie te verliezen.’

Compassie is een vaardigheid die je kunt leren
Centraal hierin staat het woord aandacht. Als je het verhaal van je patiënt hoort, waar gaat je aandacht naar toe, naar wat zijn verhaal in jou te weeg brengt? Dat is je automatische reactie, je inlevingsvermogen wordt geactiveerd. Je herkent dat je je naar en vervelend gaat voelen.

Het is de kunst om je aandacht weer naar de ander te brengen, dat kan bijvoorbeeld door de methode van actief luisteren: luisteren, samenvatten en doorvragen, herhalen wat de ander zegt, stilte laten vallen en doorvragen.

Diverse technieken die je kunt trainen:

  1. Leren herkennen wanneer het automatisme ‘voelen wat de ander voelt’ aangaat. Waar voel je het leed van de ander in je lichaam?
  2. Labelen van je reactie. ‘Ah, mijn empathieknop gaat aan, herken je emotionele reactie, benoem hem en ga naar stap 3.
  3. Aandacht naar de ander door actief te luisteren. Dit is je professionele houding, zo stap je in een gesprek: vriendelijk, medelevend, gericht op de feiten, samenvatten, eventueel doorvragen. En tegelijkertijd:
  4. Moed oefenen. Moed om te doen wat nodig is, soms in het belang van iets groters dan deze ene patiënt.
  5. Voel mee met de ander: maak contact met gevoelens van zorgzaamheid, warmte, vriendelijkheid, liefde.

Hoe ga je om met je emotionele reactie?
* herken je emotionele reactie op het leed van de ander
* neem een pauze. Voel je voeten op de grond. Richt je aandacht op je ademhaling.
* sta jezelf toe te voelen wat je voelt, zonder het te willen interpreteren, analyseren
* in deze ruimte tussen stimulus en respons kies je of je de bekende route neemt of een nieuwe route die je helpt wat afstand te houden tot de emoties van anderen.

Wanneer leef je te veel mee? Herken je jezelf in deze uitspraken?

  • de behoeften van andere mensen zijn belangrijker dan die van mij
  • ik kan geen nee zeggen als iemand mij om hulp vraagt
  • ik maak me vaak zorgen over de problemen van anderen
  • ik zorg goed voor anderen, anderen zorgen niet voor mij
  • ik voel me ongemakkelijk als ik steun krijg

Spreekt dit artikel je aan? Oda Salomons is coach, trainer en psycholoog. Ze is gespecialiseerd in het begeleiden van professionals in de zorg op het gebied van stress en burn-out. Neem contact op voor een individueel coachtraject of een training op maat.

Bronnen:

  • Bloom, Paul. (2016). Against Empathy: The Case for Rational Compassion. Ecco
  • Effting, Maud en Willem Feenstra, (19 april 2020), Als de maskers afgaan, spreken de gezichten, De Volkskrant
  • CBS (2017), Koks voelen meeste druk om snel te werken, //www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/14/koks-voelen-meeste-druk-om-snel-te-werken

Waarom helpt wandelen in de natuur om beter te slapen?

Waarom helpt wandelen in de natuur om beter te slapen?

Ons lichaam reageert op daglicht en maakt hormonen aan als het donker wordt, waardoor we slaperig worden. Daarom zijn we in de winter vaak vermoeider dan in de zomer. Buiten wandelen helpt om voldoende daglicht op te vangen en zo onze interne klok in stand te houden. Door kunstlicht en een onregelmatige levensstijl raakt de innerlijke klok verstoord.

Chronobiologen hebben ontdekt dat het menselijk lichaam door ritmes wordt gedirigeerd, zoals het dag- en nachtritme, maanritmes, seizoensritmes en jaarritmes. Verstoringen van de biologische klok kunnen niet alleen het slaapritme verstoren, maar hebben ook gevolgen voor gedrag, hormoonhuishouding, lichaamstemperatuur, bloeddruk en spijsvertering. Kortom: een goede werking van de klok is cruciaal voor een goede gezondheid.

Hoe zorg je voor een goede werking van de biologische klok?
* Daglicht houdt onze interne klok in stand. Daglicht geeft ons energie en het zorgt voor aanmaak van melatonine in de avond, waardoor we makkelijker in slaap vallen. 
* Natuurlijke geluiden en beelden zetten ons parasympathisch zenuwstelsel aan, waardoor we vertragen. Beelden en geluiden uit een kunstmatige omgeving activeren juist ons vaak overbelaste sympathisch zenuwstelsel, dat zorgt voor psychologische en fysiologische stress. In de natuur kom je dus sneller tot rust en volgen we meer onze innerlijke ritmes.
* Door blootstelling aan natuurlijk zonlicht te verhogen, en die van elektrisch licht te verlagen, kan de interne klok verzet worden.
* Een ochtendwandeling helpt bij het reguleren van het slaaphormoon melatonine. Een avondwandeling kan je helpen om sneller in te slapen. De beweging en het feit dat je even je hoofd leegmaakt helpen je om sneller in slaap te vallen. Diverse studies hebben aangetoond dat een avondwandeling goed is voor je bloeddruk en je slaappatroon kan verbeteren. Maak er een gewoon van om voordat je naar bed gaat even een ommetje te maken. Het werkt ontspannen en je duikt stressvrij, vermoeid je bed in.

Wil je ook beter slapen?
Geef jezelf op voor de training ‘Beter slapen? Volg je slaapritme’

Bronnen: * Persbericht Nobelprijswinnaar biologische klok 

*  Jules Pretty, Mike Rogerson and Jo Barton, Green Mind Theory: How Brain-Body-Behaviour Links into Natural and Social Environments for Healthy Habits, Int. J. Environ. Res. Public Health 2017, 14(7), 706; doi:10.3390/ijerph14070706 //www.mdpi.com/1660-4601/14/7/706/htm

Geneeskundestudenten ontdekken hoe ze indruk maken bij een sollicitatiegesprek

Geneeskundestudenten ontdekken hoe ze indruk maken bij een sollicitatiegesprek

We zijn uitgenodigd door VUmc om met zes trainers van Touch, training & coaching een sollicitatietraining te geven aan 130 geneeskundestudenten. Touch begeleidt al meer dan twintig jaar professionals in de zorgsector in hun persoonlijke en beroepsmatige ontwikkeling.

‘Het ruikt hier naar gaarkeuken,’ zegt Marc Schreinemacher, een van de trainers van de sollicitatietraining die we bij het VUmc met zes trainers geven aan 130 studenten geneeskunde. ‘Ik herken de geur uit mijn studententijd’. Nu hangt de geur van kalk uit de krijtgroeve om hem heen, want hij besloot als vaatchirurg uit de medische wereld te stappen en ondernemer te worden in het familiebedrijf, een krijtgroeve. Volg je hart, is de boodschap die hij de studenten meegeeft.

‘Ja, in het OLVG ruikt het heel anders, veel frisser’, zegt longarts in opleiding Melanie Gutteling, die vier kinderen heeft in de leeftijd van acht maanden tot zes jaar, de studenten wilden heel graag weten hoe ze dit combineert met haar drukke baan als arts.

Het zou mooi zijn als het ziekenhuis aan aromatherapie zou doen, maar misschien koppel je dan juist fijne geuren aan heftige ziekenhuisbezoeken.

Machteloze houdingen
Voor mij is kennis van lichaamstaal en kernkwaliteiten gesneden koek. Gelukkig niet voor de studenten. Ik daag ze uit te ervaren wat het met je doet als je je lijf machteloze posities laat aannemen: ingetogen en een beetje verkrampte houdingen.
‘Zit je in de wachtruimte over je mobieltje gebogen? Niet doen! Je hoofd weegt zo’n 27 kilo, dan geef je een verkeerd signaal aan je brein, waardoor het hormoon cortisol wordt aangemaakt en je je gestrest en angstig gaat voelen. Net zoals je armen om je romp slaan, handen tussen je benen klemmen, friemelen met je handen.

Krachthoudingen
Ga vooral voorafgaand aan een presentatie oefenen met krachthoudingen: maak je breed, waardoor je lichaam veel ruimte inneemt. En maak je open: houd je ledematen ver van het lichaam af, zo wordt testosteron aangemaakt, een hormoon dat kracht stimuleert.’
‘Ja’, roept een studente enthousiast, ‘ik ken ook de powerpose, met je handen omhoog en wijd open.’
‘Precies, dat is wat ik bedoel’. En ik daag ze uit de krachtposes aan te nemen en vraag wat het met ze doet. Maar waar in trainingen werkenden graag dingen delen, houden studenten liever hun inzichten voor zichzelf.
‘Maak je echter niet te breed tijdens een sollicitatiegesprek, dat is onnatuurlijk, bovendien moet er ook ruimte voor de sollicitatiecommissie overblijven.’

Kernkwaliteiten
Ze zijn opgelucht met de oefening van de kernkwaliteiten, omdat ze ontdekken dat hun minder goede eigenschappen, eigenlijk een te veel zijn van hun goede eigenschappen. Ze oefenen met hoe ze door iets te zeggen over hun minder goede eigenschappen, meteen iets kunnen laten zien van sterke kanten. Ook raken ze geboeid wat ze dan nog te leren hebben bij hun sterke eigenschap.

Bij de laatste oefening als ze voor de groep iets moeten oefenen, kijken ze allemaal een andere kant op. Hoe krijg ik ze in beweging? Ik wandel langs de groep die in een kring op stoelen zit, en vraag het hen.
De student die net wel geoefend heeft voor de groep, komt me redden.
‘Ik vind het ook lastig om te doen, maar straks bij het gesprek is het nog veel lastiger als je niet geoefend hebt. Bovendien is dit een veilige manier van oefenen. Je wordt niet beoordeeld en krijgt vooral te horen wat goed ging,’ zegt hij.
En ja, gelukkig een vrijwilliger biedt zich aan als sollicitant om te oefenen met een lastige vraag. Het is ook spannend in die learning zone, dat snap ik wel. 

Als ik terug naar de metro wandel, voel ik hoe de adrenaline door mijn lijf stroomt. Wat een prachtig vak heb ik: mensen begeleiden om in beweging te komen. Als trainer hoef je dat nooit alleen te doen, dat is het mooie van het werken met groepen. De groep helpt elkaar ook.

Lees hier meer over Touch Training en Coaching

Lees hier meer over Marc Schreinemacher die zijn hart volgde

Foto: Amy Cuddy, Presence, Onverschrokken je grootste uitdagingen aangaan, Spectrum

Bekijk hier een van de meest bekeken TedTalks van Amy Cuddy, Je lichaamstaal vormt wie je bent:

Zijn we kwetsbaarder voor avondstress?

Zijn we kwetsbaarder voor avondstress?

Is het een goed idee om ’s avonds nog even te knallen om de presentatie voor de volgende dag te oefenen? Intensief te sporten of een kaartspel te spelen waarbij je echt graag wilt winnen, waardoor je lijf een adrenalineshot krijgt? Of kun je stressvolle situaties in de avond beter vermijden?

Onderzoekers van de Japanse Hokkaido Universiteit lieten gezonde deelnemers een veelgebruikte stresstest doen: in vijftien minuten een presentatie voorbereiden en geven voor drie getrainde interviewers en een camera; en tot slot een ingewikkelde rekensom oplossen. De onderzoekers waren benieuwd wat het verschil is tussen ochtend- en avondstress en lieten de ene groep de presentatie in de ochtend doen, en de andere groep in de avond.

Vermijd avondstress
Ze ontdekten dat het lichaam ’s avonds veel minder goed stress kan verwerken, omdat het lichaam minder stresshormonen afgeeft die helpen bij de omgang met stress.

Hoe helpen stresshormonen ons lichaam bij stress?
Bij stress komen twee hormonen vrij, adrenaline en cortisol. Je lichaam maakt adrenaline aan als het denkt dat het in gevaar is. Stel je voor dat je in een extreme situatie bent zoals een achtbaan, dat is wat adrenaline met je kan doen. Mensen hebben een overlevingsdrang en dit stofje wakkert binnen enkele seconden de vlucht-, vecht- of bevriesreactie aan. Het helpt ons om sneller en alerter te zijn in de omgang met lastige situaties, we voelen minder pijn en kunnen beter waarnemen. Daarna heeft het lichaam echter een periode van rust nodig. Als je je lichaam dit niet geeft, kan het uitgeput raken.

Cortisol helpt ons ook bij het reguleren van stress, maar werkt langzamer en remt de eerste stressreactie een beetje. Ook bij cortisol komt energie vrij om te besluiten hoe we omgaan met de situatie. Ons cortisolniveau heeft een dagelijks ritme, het is meestal laag in de avond en hoog in de ochtend. Dat merk je misschien als je ’s ochtends wakker wordt: gedachten jagen door je hoofd van de dingen die je die dag wilt doen, je hartslag gaat sneller, de spanning neemt toe. Het is ook fijn, want het helpt ons uit bed te springen en aan de nieuwe dag te beginnen.

Wat is het verschil tussen ochtend- en avondstress?
Het is een beetje ingewikkeld, maar stress activeert de HPA-as in de ochtend, maar niet in de avond. Hoe de HPS-as precies werkt lees je hier: bijnieruitputting.com/de-hpa-as/

Waarom is de HPA-as belangrijk?
De HPA-as helpt in de omgang met stress, het is een feedbacksysteem, zie het als een soort thermostaat. Het regelt de bloeddruk, hartslag, honger, dorst, slaap-waakritme, seksuele opwinding en lichaamstemperatuur. De HPA-as zorgt ervoor dat cortisol wordt afgegeven, en dit helpt ons bij het optimaliseren van de stressrespons. Het remt de respons een beetje af. Zo beschermt het ons brein en ons lichaam tegen de effecten van stress.

In de avond geeft de HPA-as minder hormonen af, waardoor die niet hun herstellende werkzaamheden kunnen uitvoeren. Als de HPA-as een keer niet aangaat, is dat niet erg. Maar als de as chronisch niet aangaat, is het een risico voor het ontstaan van psychische aandoeningen zoals depressie of burn-out. Ons lichaam kan dan niet de nodige herstelwerkzaamheden verrichten, waardoor we bij lichte stress al een sterke stressrespons afgeven. Mensen die en burn-out hebben gehad, zullen dit herkennen. Zelfs de minste inspanning kunnen al sterke fysieke reacties geven. Bij hen is de HPA-as gevoeliger ingesteld geraakt voor stress.

Kanttekening
Het bioritme van mensen verschilt. Het kan zijn dat avondmensen met een ander hormoonritme, beter met avondstress om kunnen gaan.

Hoe kun je voorkomen dat de HPA-as overbelast raakt?
Zorg voor voldoende rust. Merk je dat je lichaam te snel in de overleefstand komt te staan, of dat je je constant vermoeid en slaperig voelt, dan vraagt het van je dat je meer tijd besteedt aan activiteiten die het lichaam rust geven: zoals mediteren, yoga, wandelingen in de natuur, lezen, rustig spelletje rummikub in plaats van pokeren. Maar doe vooral wat bij je past, anders krijg je daar weer stress van.

Bron:
Yujiro Yamanaka, Hidemasa Motoshima, Kenji Uchida. Hypothalamic-pituitary-adrenal axis differentially responses to morning and evening psychological stress in healthy subjects. Neuropsychopharmacology Reports, 2018; DOI: 10.1002/npr2.12042

Vind je deze informatie interessant?
Ik geef coachtrajecten en trainingen in de natuur. Neem contact op voor een gratis intake, een coachwandeling in de natuur of een belafspraak: 06 41867501; oda@rewildyourself.nl

De drang naar avontuur

De drang naar avontuur

De poolexpeditie van ontdekkingsreiziger Willem Barentsz is een van de guurste avonturen uit de Nederlandse geschiedenis. In de studiezaal van het Rijksmuseum bekijk ik de originele prent uit het logboek Nova Zembla van Gerrit de Veer, een bemanningslid die de ijselijke avonturen op schrift zette. Al in 1598 werd zijn boek uitgegeven en het werd meteen een bestseller.

Het boek ligt voor mij uitgestald op een prachtig zacht blauw kussen, een smal wit perkamenten reepje steekt eruit. Als ik het boek daar opensla, zie ik de prent hier boven op de pagina. Ik vraag aan de bibliothecaris of ik geen witte handschoentjes aan moet trekken. Dat hoeft niet, maar als ik even later aan het schrijven ben, komt hij aanlopen met een potlood:
‘U mag hier niet met pen schrijven.’
Natuurlijk niet! Door het vierhonderd jaar oude boek bladeren voelt zelfs bijna als heiligenschennis. Uit de pagina’s stijgt een oude, muffige lucht op.

Op de haarscherpe prent zien we het schip van Barentsz dat in september 1596 vastloopt op het ijs bij Nova Zembla, een eiland boven Rusland in de Noordelijke IJszee. Barentsz was op zoek naar een kortere route voor de scheepsvaart: de noordelijke doorvaart naar Azië. Op de gravure zien we rechts twee mannen met musketten die vanaf een berg op Nova Zembla over de zee uitkijken. Het schip van Barentsz wordt omgeven door ijsschotsen. Een sloep vaart voor het schip uit, ondertussen schietend op ijsberen. Een bemanningslid staat op een ijsschots om met een bootshaak andere ijsschotsen weg te duwen.

Waarom gaat iemand naar een omgeving vol gevaren, waar wij mensen van nature niet toe uitgerust zijn? Hebben zij speciale persoonlijkheidstrekken, kennen ze geen angst? Eind jaren zeventig ontwikkelde de Amerikaanse psycholoog Marvin Zuckerman een persoonlijkheidstest die meet in hoeverre iemand een sensatiezoeker is. De gedachte achter deze test is dat mensen verschillen in de hoeveelheid zintuigelijke prikkels die zij prettig vinden. Mensen die houden van sterke prikkels, zouden meer behoefte hebben aan avontuur en nieuwe ervaringen. Ze worden ook wel adrenalinejunkies genoemd, ze zouden verslaafd zijn aan uitdagingen en risiconemen. Centraal in Zuckermans theorie staat dat mensen die extreem hoog op de schaal scoren geen angst kennen. Gold dat ook voor de ontdekkingsreizigers van de noordelijke doorvaart?

In het weekend fiets ik naar de bibliotheek in de Bijlmer en vind een recente uitgave van Nova Zembla van Gerrit de Veer, het origineel is in oud Nederlands geschreven en is voor mij onleesbaar. Ik analyseer het logboek op uitingen van angst en andere emoties om Zuckermans theorie te toetsen. Zijn deze mannen risicozoekers die weinig angst ervaren? In het logboek worden weinig gevoelens benoemd, maar als het schip bij Nova Zembla in een sneeuwstorm terecht komt en het kruiende ijs het schip meters omhoog tilt schrijft De Veer: ‘Het kraken van het ijs was verschrikkelijk om te horen en te zien, onze haren stonden letterlijk overeind van angst.’ De bemanning zag zich gedwongen het schip te verlaten. Ze bouwde bij een temperatuur van min 22 graden van aangespoelde bomen een hut van tien bij zes meter en noemden de hut het Behouden Huys. De bomen kwamen uit de zuidelijker gelegen uitgestrekte wouden van Siberië, want Nova Zembla ligt boven de boomgrens. Elk jaar in de lente, als het ijs smelt, sleuren de grote rivieren veel bomen mee naar de arctische zeeën, de zee rond de noordpool die meestal bevroren is.

Op ontdekkingsreis gaan
Wandelend over de Nova Zembla-afdeling op de tweede verdieping van het Rijksmuseum, wordt mijn fantasie geprikkeld bij het zien van een maquette van het zeilschip van Barentsz en de voorwerpen uit het dagelijks leven in het Behouden Huys. In de vitrine staan roestige kookpannen, een schuimspaan, leren schoenen, een houten wandelstok, een luizenkammetje en een hellebaard waarmee de hongerige ijsberen werden bevochten. Ook hangt er de kruithoorn die verstopt was in de schoorsteen en waarin drie eeuwen later het afscheidsbriefje van Barentsz werd gevonden waarin hij schreef over de reis, de stranding en de overwintering.

In de lange poolnacht die begin november begon hingen ze de klok op om in het donker nog enig besef van tijd te hebben. De voorwerpen brengen het leven in het huis waar ze moesten overwinteren heel dichtbij. Ik stel me voor hoe het is om onder zulke barre omstandigheden te overleven. In mij broeit een verlangen om net als Barentsz en zijn mannen op ontdekkingsreis te gaan. Ik wil meer weten over wat voor soort mensen zo’n avontuur aan durft te gaan. Het schrijven van een essay is als een ontdekkingsreis: je vraagt jezelf iets af en gaat op onderzoek uit. Ik vervolg mijn mind adventure.

Woedende ijsdrift
In het logboek lezen we vrijwel dagelijks beschrijvingen over de verdeling van eten en alcoholische dranken, weersbeschrijvingen en de invloed van het weer op het gemoed, gevechten met woeste ijsberen – behalve in de lange poolnacht, want dan houden ijsberen hun winterslaap en komen de poolvossen tevoorschijn. Op 3 november werd de zon voor het laatst gezien.
‘De eenzame ijskoude, poolnacht, maakte alles angstaanjagender dan het was,’ schrijft De Veer. Het was niet permanent aardsdonker, sneeuw en ijs weerkaatsten het maanlicht. Maar de spookachtige schemer van de poolwinter was voor de overwinteraars beangstigend. Het horen van de ijsschotsen die op elkaar geperst werden met veel gescheur en gekraak konden ze in huis horen ‘en we werden er moedeloos van.’ Merk op hoe er steeds een relatie wordt gelegd tussen het weer en emoties. Ook aan de omgeving worden emoties toegekend: ‘woedende ijsdrift’.

Ik vraag me af of extreme fysieke uitdagingen wel voor mij weggelegd zijn. Zou ik te bang zijn? Blijf ik liever lezen of films zien over spannende avonturen van ontdekkingsreizigers, beoefenaars van extreme sporten en andere avonturiers? In de Big five, een van de bekendste indelingen van onze persoonlijkheid, scoor ik best hoog op de trek openstaan voor nieuwe ervaringen, maar ik scoor ook best hoog op angst en hooggevoeligheid.

Sensatiezoekers
Lange tijd was Zuckermans theorie over sensatiezoeken leidend bij het denken over mensen die extreme situaties opzoeken, sinds een paar jaar zien we dat genuanceerder. Barentz was waarschijnlijk zo’n sensatiezoeker, de bemanning deed gewoon zijn werk. De meeste psychologen denken dat sensatiezoekers zich ook vaak overgeven aan risicovol gedrag als gokken, te hard rijden en drugsgebruik. Extreme sporters zouden zich op hetzelfde spectrum bevinden als heroïneverslaafden, maar hun beloning komt uit een andere hoek: de fysieke en mentale uitdaging. Omdat hun dopaminereceptoren op een andere manier zouden werken, hebben ze een hogere dosis nodig hebben om dezelfde kick te krijgen.

Angst is juist goed
Het was sportpsycholoog Eric Brymer die als eerste zei dat veel extreme sporters wel angst voelen. In het onderzoek van Zuckerman zat vanaf het begin een bias omdat zijn onderzoeksgroep bestond uit jonge mannen in hun puberteit en vroege jaren twintig. Een groep die statistisch gezien meer risico neemt, terwijl de range van mensen die extreme situaties opzoeken veel breder is: van tieners tot bejaarden, zowel man als vrouw. En sterker nog: Brymer stelt dat angst juist goed is. Angst is een onmiskenbaar signaal, het maakt duidelijk dat je goed moet opletten. Je kunt beter niet op de automatische piloot staan op het moment dat je met je kajak een hoge waterval afdaalt of voordat je op een poolexpeditie hout gaat halen, terwijl er in elke ijsspelonk een ijsbeer ligt te wachten op een lekker maaltje.

Als een situatie angst oproept, word je gedwongen om eerlijk je persoonlijke vaardigheden te evalueren en in te schatten of ze goed genoeg zijn voor die situatie. Geen risico nemen, maar juist een realistische evaluatie van de omgeving maken. Succesvolle atleten zien angst niet als een barrière, maar als een mogelijkheid om iets te leren en erin slagen om alles uit je leven te halen, ten volle te leven, schrijft Brymer. Extreme sportatleten ervaren hun intense angsten achteraf als betekenisvolle, constructieve gebeurtenissen die iets toevoegen aan hun levenservaring. Ook voor mensen die hoger dan gemiddeld op angst scoren, ligt de weg naar avontuur open.

Wie nemen nu die seapaths to everywhere?
Brymers onderzoek bracht een belangrijke omwenteling teweeg in het denken over mensen die extreme uitdagingen aangaan. Maar dat is nog niet doorgesijpeld in onze dagelijkse opvattingen over extreme atleten. Wat weten we over onze hedendaagse ontdekkingsreizigers? Wie nemen nu die seapaths to everywhere? Als ik aan een vriend vertel dat ik een boek van Ralph Tuijn aan het lezen ben, weet hij meteen ‘O, die gek, die in zijn eentje over de Stille Zuidzee roeide.’ Gefascineerd las ik zijn bloedstollende tocht, waarin hij schipbreuk lijdt op een onbewoond eiland, achtervolgd wordt door haaien en op een gegeven moment zeker weet dat hij zal overlijden als de onweersflitsen om hem heen blijven inslaan. Of denk aan de weerstand die het opriep toen zeilmeisje Laura Dekker op veertienjarige leeftijd in haar eentje als jongste solozeiler ooit de wereld over wilde zeilen. Niet haar ouders hielden haar tegen, maar de Raad voor Kinderbescherming stelde haar onder toezicht. Een schip in de haven is veilig, maar dat is niet waar schepen voor zijn gebouwd.

Wildwater kajakker: ‘Ik weet precies wat ik doe’
Allan Warren een 28-jarige wildwater kajakker uit Alaska die peddelt op rivieren met de hoogste moeilijkheidsgraad (klasse 5), beaamt dat wat hij doet misschien gestoord lijkt vanuit het perspectief van de buitenstaander, maar hij weet precies wat hij doet.
‘Ik ga niet een wilde rivier opvaren met de intentie om mijn leven op het spel te zetten of om mezelf heel erg bang te maken. Mensen begrijpen dat niet omdat mijn vaardigheidsniveau veel hoger is dan dat van hen. Om mezelf uit te dagen moet ik de moeilijkste wildwater rivieren nemen, pas dan zit ik in mijn comfortzone.’ (…) Ook Warren is bang:
‘Iedereen die zegt niet bang te zijn liegt of is echt één van die gekke sensatiezoekers. De angst houdt je gefocust.’

Angst onderscheidt extreme avonturiers van de sensatiezoekende junkie, zegt ook sportpsycholoog Brymer. Angst speelt bovendien een rol bij het ontwikkelen van moed en bescheidenheid. Deelname aan extreme sportactiviteiten op een niveau waarbij je ernstig gewond kunt raken of de dood een reële uitkomst is, triggert bescheidenheid en geeft perspectief aan de kwetsbaarheid van het leven.

Nog niet eens zo lang geleden maakte op avontuur gaan bovendien gewoon deel uit van ons dagelijks leven. We zouden het niet overleefd hebben als we de uitdagingen niet waren aangegaan. In sommige delen van de wereld is dat nog steeds zo. Maar in ons veilige moderne bestaan lijken we vergeten hoe belangrijk avontuur is in ons leven. We zien avontuur nu iets dat anders is dan ons normale leven en noemen het risicovol of abnormaal gedrag. Wat we normaal vinden wordt echter beïnvloed door een cultureel perspectief van wat normaal is. Ontdekkingsreizigers als Barentsz en zijn mannen waren ware helden, maar degenen die nu het avontuur opzoeken worden eerder voor gek versleten.

Hooggevoelig en toch op avontuur
Afgelopen zomer zag ik mij gedwongen om mijn grenzen te verleggen – in mijn gezin wonen inmiddels twee risicozoekers in de puberleeftijd en dat werkt aanstekelijk, want ik doe liever iets nieuws dan iets wat ik al kan. Ik ging mee op een bananenboot op zee, die voortgetrokken werd door een speedboot en met vijftig kilometer per uur over de golven raasde, waarbij de bestuurder van de speedboot er alles aan deed om ons in het water te laten kukelen. Ik kon alleen maar denken ‘Ik ga dood.’ En ik voer met een kajak over de Dordogne, met een moeilijkheidsgraad van hooguit klasse 1. Dat riep veel stress op, omdat ik best hoog scoor op de beroemde hooggevoeligheidsvragenlijst van psychotherapeute Elaine Aron. Ik ben iemand die juist niet veel zintuigelijke prikkels aankan. Ik raak snel overspoeld door geuren, geluiden of beelden. En ik scoor lager dan gemiddeld op Zuckermans spanningsbehoefteschaal. Hoe komt het dan dat ik toch fysieke uitdagingen aanga?

Elain Aron vond dat een op de vijf mensen wordt geboren met een sensitief zenuwstelsel dat sterker dan anderen reageert op prikkels. Mensen met een hooggevoelige persoonlijkheid zijn zich sterk bewust van subtiele informatie, ze hebben een rijk innerlijk leven en een groot inlevingsvermogen. Ze ervaren ook meer angst dan gemiddeld. Aron ontdekte echter dat een subgroep van mensen met een hooggevoelige persoonlijkheid ook hoog scoren op sensatiezoeken. Ook al zijn ze overgevoelig voor prikkels, ze hebben toch een grote behoefte aan nieuwe avonturen, maar zijn niet bereid grote risico’s te nemen. Hun gevoeligheid bleek juist hun prestaties te versterken. Ze doen riskante sporten als diepzeeduiken, deltavliegen, paardrijden, maar ze doen het op een veilige manier, met behulp van hun uitstekende observatievaardigheden en hun lage score op impulsiviteit.

Comfortzone
Wat opvalt aan Warrens verhaal over wildwaterkajakken is dat hij juist onder extreme omstandigheden, die een beroep doen op al zijn vaardigheden, in zijn comfortzone zit. Wat is precies een comfortzone? Psychologen omschrijven het als een mentale staat waarin we ons veilig voelen, waar de regels duidelijk zijn. Veel mensen zitten in hun comfortzone, daar willen we ook graag zijn, je weet wat je hebt en wat je krijgt. Maar juist dat gevoel van veiligheid kan een valkuil zijn. Het weerhoudt je ervan om te veranderen, om in actie te komen. Om jezelf te ontwikkelen en te groeien, moet je je buiten die comfortzone begeven, niet alleen op cognitief niveau, ook op fysiek niveau.

Wil ik ook uit mijn comfortzone losbreken? Is dat de reden dat ik als een ontdekkingsreiziger het avontuur op zoek? Volgens psychologen is het tijd om uit die veilige zone te stappen als je sleur ervaart, veel stress en zelfkritiek hebt, angst over je huidige situatie hebt, jaloers bent op anderen die wel eruit breken, als je smoesjes bedenkt om niet te veranderen. Ja, gevoelens van afgunst onthullen vaak waar we zelf naar verlangen, dat herken ik wel. En omdat ik vaak op zoek ben naar nieuwe ervaringen, ervaar ik snel sleur.

Grenzen verleggen door iets nieuws te doen
De Russische psycholoog Lev Vygotsky noemde het uit je comfortzone stappen, de zone van de naaste ontwikkeling. Je verlegt je grenzen door iets nieuws te doen, iets wat je daarvoor nog niet kon en wat je een stukje verder brengt in je ontwikkeling.
Voorlopig zit ik nog hier vast in mijn werk en gezin, maar onstuitbaar blijft mijn leeswoede: boeken lezen van stoere vrouwen en mannen die op avontuur gaan. Ik plan een kampeerweekend naar Zeeland in. Ik ga alleen, maar nog wel in de bewoonde wereld, net een stapje buiten mijn comfortzone.

En zijn Barentsz en zijn bemanning terug gekomen van hun ontdekkingsreis? Pas op 24 januari ziet De Veer voor het eerst de rand van de zon boven de horizon uitkomen. De mannen ervaren troost uit de gedachte dat de kou niet eeuwig zal duren en dat het uiteindelijk warmer zal worden. Half juni vertrekken de schipbreukelingen met een sloep en een boot uit Nova Zembla. Een week na vertrek overlijdt Willem Barentsz, hij was ziek en verzwakt. Hoop op betere tijden sleepten de meesten van hen echter al die maanden voort.
‘Vaak dachten we dat we erin zouden blijven, zo zwaar viel het werk ons, maar we hadden al zoveel moeilijkheden overwonnen, dat we het nu niet konden opgeven.’ Ze wilden de hoop niet opgeven, de hoop op redding, en die kracht: het verlangen om het ‘woeste, wilde, harde, treurige, koude land’ te verlaten, hield hen op de been. Op 29 oktober 1597 komen ze in Nederland aan. Iedereen was verbaasd, men dacht dat ze allang waren omgekomen.

Wil je ook vaker het avontuurlijke pad kiezen?
Geef jezelf op voor de training Neem het avontuurlijke pad.
In deze training ontdek je hoe je met simpele activiteiten meer vrijheid in je dagelijks leven kunt brengen.
Mail voor meer informatie: Oda@rewildyourself.nl

Credits afbeelding: Anonieme ets van de ontdekkingsreis van Willem Barentsz, bibliotheek Rijksmuseum; schipbreuk op Nova Zembla; drukker Levinus Hulsius, uitgever Noriberg, 1598

Bronnen:
* Aron, Elaine N. (2006). Personality and Temperament: The Highly Sensitive Person Who Is Also A High Sensation Seeker, mei 2006, //www.hsperson.com
* Brymer, George Eric (2005). Extreme dude! A phenomenological perspective on the extreme sport experience, PhD thesis, Faculties of Education and Psychology, University of Wollongong
* Dekker, Laura (2013). Een meisje, een droom. Solo rond de wereld, Alkmaar: De Alk & Heijnen Watersport
* Tuijn, Ralph (2009). Zes miljoen slagen, In 281 dagen de Stille Oceaan over, Amsterdam: Nieuw Amsterdam
* Veer, Gerrit de (1996). Nova Zembla, het ware verhaal. Nijmegen: Sun, (1598, eerste uitgave)