06 41 86 75 01 oda@rewildyourself.nl
Hoe kun je als wandelcoach mensen professioneel begeleiden met burn-out?

Hoe kun je als wandelcoach mensen professioneel begeleiden met burn-out?

Kun je als wandelcoach iemand professioneel begeleiden met een burn-out? Als coach mag je immers geen diagnose stellen. Hoe kunnen we mensen dan helpen? Dat zijn vragen waar veel wandelcoaches mee worstelen. Coaches krijgen in de media regelmatig het verwijt dat iedereen zich maar coach mag noemen en dat ze maar wat doen.
Oda Salomons is wandelcoach, psycholoog en trainer en geeft bij Het Coachbureau van Hilde Backus de verdiepende training Wandelcoaching bij stress en burn-out. Oda schreef dit artikel en helpt je keuzes te maken.

Robert

‘Mijn burn-out was vijf jaar geleden en ik ben nog steeds niet de oude,’ vertelt Robert. Het is een warme zomerse avond in juli. Ik heb vakantie en zit met twintig andere gasten aan het diner op een heerlijke plek in de Ardèche, bovenop een berg met uitzicht op het groene dal. De wind neemt een vleugje tijm mee, vermengt met frisse dennengeuren. Robert is hier samen met zijn vrouw en pubers; een lieve vriendelijke man. Mijn hart gaat naar hem uit.

‘Ik kon niet meer terug naar mijn oude baan, alleen de gedachte gaf me al stress. Nu kan ik nog steeds mijn hoofd moeilijk bij dingen houden en ik kan best weinig hebben,’ vertelt hij verder. ‘Als ik bijvoorbeeld met de auto verkeerd rij, word ik soms woedend. Ik ga schelden, over de trambaan rijden. Waar ik zo van baal is dat ik dan ook sta te brullen tegen mijn kinderen. Zo was ik eerder nooit.’

‘Sorry hoor,’ zegt hij, ‘jij bent toch burn-outdeskundige?’
‘Ja,’ lach ik, ‘ik heb me er flink in verdiept, opleidingen gevolgd en ondertussen ook al behoorlijk wat mensen weer op weg geholpen. Ik geef er ook trainingen in. Ik vind het een bijzonder interessant thema.’

Robert vertelt dat hij al een tijd bij een psychiater loopt en al veel therapieën achter de rug heeft.
‘Weet je hoe het werkt met stress?’ vraag ik.
‘Eh, nee, klinkt ingewikkeld,’ zegt hij met een zucht. Ik weet wel dat ik rust moet nemen, een programma moet aanhouden, maar ik heb ook ADHD en zo’n programma lukt me niet. Ik houd het niet vol. Ik ben nu begonnen met het ontwerpen van lampen. Ik zit dan zo heerlijk in een flow te werken, weet je, dan wil ik helemaal niet stoppen.’
‘Zal ik je later deze week wat vertellen over het stress-systeem, het is eenvoudig hoor,’ vraag ik? Dat wil hij wel.

Stress is goed

Later die week zitten we met een groep gasten op een idyllisch plekje aan een groen bassin met ijskoud water en een klaterende waterval, na een sprookjesachtige tocht langs wilde orchideeën, kastanjebomen, paarse klaver en fluitenkruid. Esther, de vrouw van Robert en ik hebben net de kou getrotseerd en zijn het water in gedoken om de waterval te zien. Als we op het gras neerploffen vragen ze me meer te vertellen over hoe dat nou werkt bij stress.

Elke waarneming gaat eerst langs de checker in ons brein. Dat is een soort veiligheidsfilter die checkt: is de situatie bedreigend of niet? Bij enige vorm van bedreiging ontstaan gevoelens van woede, angst of walging. Dat is een heel normale reactie op het waarnemen van bedreiging. Sterker nog, het is essentieel voor onze overleving. De vecht- of vluchtreactie gaat aan. Net zoals bij Robert achter het stuur de vechter in hem wakker wordt.

Onze hersenen geven direct signalen af aan ons lichaam, de stresshormonen nemen toe. Adrenaline om snel in actie te komen en cortisol om gedurende langere tijd in de actiestand te kunnen staan. Het lichaam komt in een staat van paraatheid. We zijn alert, hebben een hyperfocus, allemaal heel behulpzame reacties in een bedreigende situatie. Stress is daarmee ook goed voor ons, het zet je op scherp, maakt je sneller en alerter.

Ons stress-systeem is aangepast aan overleven op de Savanne

Een heel behulpzaam systeem dus, maar het is bij veel mensen over-ontwikkeld. In de training ‘Wandelcoaching bij stress en burn-out’ bespreken we wat het betekent om in een op prestatiegerichte en competitieve omgeving te werken, terwijl we floreren als we samenwerken en elkaar ondersteunen. De maatschappij is veeleisend en we zijn dat zelf ook. Dat voelt vaak als bedreigend. We schieten in de stress. We leven met een stress-systeem dat niet is aangepast aan het huidige hectische leven, het is nog hetzelfde als toen we rondzwierven over de Savanne. Als het systeem altijd aanstaat, ga je je steeds naarder voelen, het lukt soms niet meer om te ontspannen, voor jezelf op te komen of om helder na te denken.

Als je chronisch gestrest bent, raak je nog eerder gestrest. Je bent al geïrriteerd bij alledaagse situaties of je wordt woest of schrikt je kapot. Als je collega iets vraagt, kun je al uitvallen. Als je moet kiezen tussen wel of niet een weekend weg, kun je eeuwig twijfelen en misschien wel in huilen uitbarsten. Je systeem is zo overbelast geraakt dat iedere kleine verandering of keuze voor paniek kan zorgen. Achteraf kun je vaak wel een goede reactie bedenken, maar op het moment zelf niet.

Het kalmeringssysteem aanzetten

Esther en Robert kijken elkaar aan. ‘Je bent ongelooflijk lief,’ zegt Esther, ‘maar we hebben last van je onverwachte woede-uitbarstingen. Het is zo lastig om er met je over te praten.’
Robert streelt de kop van zijn hond. ‘Ik weet dat ik onredelijk ben. En ik kom haast niet tot rust als ik zo woest ben.’

De eerste stap is leren herkennen dat je je bedreigd voelt door iets of iemand. En dan je kalmeringssysteem aanzetten. Dat begint met een paar keer rustig adem te halen.
Ons kalmeringssysteem is het gebied van het zijn, je verbinden met anderen, en een activiteit doen waarvan je tot rust komt. Voor iedereen is dat weer iets anders: met de groep in de natuur zijn en lekker op het gras liggen, een wandeling maken, een berg beklimmen, een boek over de Romeinen lezen.

De hond van Robert ploft na een verkenningsrondje weer naast hem neer en hij aait de hond die tevreden bromt. Robert kalmeert van de hond, en van het wandelen door het bos, geeft hij aan. Ook is hij met een vriendengroep een bedrijf begonnen, met zijn handen is hij nu mooie lampen aan het creëren, wat hem veel voldoening geeft.

Wat voeg je toe als wandelcoach?

In de training ‘Wandelcoaching bij stress en burn-out’, stel ik graag de uitdagende vraag: kun je wel iemand coachen met een burn-out? Als coach mag je immers geen diagnose stellen, hoe kunnen we mensen professioneel helpen? En als mensen er ernstig aan toe zijn, mág je ze dan wel helpen? Dat zijn de vragen waar veel wandelcoaches mee worstelen. Coaches krijgen in de media regelmatig het verwijt dat iedereen zich maar coach mag noemen en dat ze maar wat doen.

Wat is je expertise?

We komen er tijdens de training op uit dat het belangrijk is om onderscheid te kunnen maken tussen wat bij jouw expertise hoort en wat niet, en dat goed af te bakenen. Als professioneel coach ga je geen trauma of depressie coachen, dat is een grens. Je verwijst je coachee naar de huisarts die beoordeelt wat er nog meer nodig is. Weet dus helder wat jouw expertise is, zoals weten wat een burn-out nu eigenlijk precies is, begrijpen hoe het stress-systeem werkt, weten in welke fasen iemand in een burn-out raakt, je coachees vruchtbaar kunnen begeleiden bij het herstel zodat ze weer regie krijgen over hun leven. En begrijpen hoe de natuur werkt.
Onderzoek, literatuur over chronische stress en mijn coachervaring ermee, wijzen erop hoe belangrijk het is om eerst aan fysiek herstel te werken, de overleefrespons leren herkennen en afremmen, zodat mensen zich weer veilig in hun lijf gaan voelen.** Dat is ook het expertisegebied van de wandelcoach bij chronische stress.

We bespreken in de training dat wanneer je kijkt naar de tijdlijn verleden, heden en toekomst, de professionele wandelcoach zich bevindt in het gebied tussen heden en toekomst. Waar sta je nu en waar wil je naar toe? Natuurlijk hebben we aandacht voor belemmeringen, maar altijd in relatie tot hoe ze in het heden een belemmering vormen om in beweging te komen.

Wandelen

Vrijwel elke wandelcoach die mensen met chronische stress en burn-out begeleidt moedigt hen aan om elke dag te wandelen, omdat dit een van de effectiefste manieren is om stress te verwerken. Maar je kunt wel zéggen dat mensen moeten gaan wandelen, effectiever is het om dit samen met je coachees te gaan doen. Dat is precies het gebied waar wij als wandelcoaches het onderscheid maken. Je kunt daardoor heel goed paden naast elkaar laten bestaan, de psycholoog (of andere hulp) en de wandelcoach. Door het wandelen ervaren coachees direct het effect van de natuur op hun zenuwstelsel. Laten ervaren (experiential learning) is een van de krachtigste manieren van leren.

Natuur

Als wandelcoach werk je aan de basis van het probleem: gezond omgaan met stress en je weer veilig leren voelen. Naast bewegen is de natuur hierbij behulpzaam. Wandelen in de natuur zet het kalmeringssysteem aan, soms meteen en soms helpt het je coachee om (thuis) wat langer te wandelen. De aandacht raakt meer open, de natuur roept niet dat je van alles moet er is ruimte voor creativiteit. In de natuur voelen we ons vaak veilig en verbonden en dat remt dat je je bedreigd voelt. Je coachee krijgt weer zin om mensen te ontmoeten, bloeit op en zet stappen op het pad van herstel.

De schakelaar ontdekken

Een paar dagen later spreek ik Robert weer. De diepe lijnen in zijn gezicht lijken wat verzacht. We bungelen met ons benen in het zwembad, de zon schijnt en onze gastheer Roel brengt ons een feestelijke cocktail Ballon cuarenta y tres.
‘Weet je, ik krijg het wat beter door wanneer ik me bedreigd voel,’ zegt hij. ‘We gingen vandaag kajakvaren op de Gorges de lʼArdèche. We naderden een smalle stroomversnelling, plots duikt een kajak naast me op en haalt me in. Ik schrok me kapot en werd meteen woest, want nu kon ik er niet door! Ik begin de man uit te schelden. De man keert zijn boot en vaart mijn kajak klem tussen de rotsen, ook dat nog. Op dat moment realiseer ik me dat ik aan het vechten ben. Ik haal een paar keer diep adem, excuseer me en leg uit dat ik van hem schrok. Ik baal nog wel dat hij me klem zette tussen de rotsen, want met veel moeite kreeg ik de kajak er weer tussenuit.’

Tweedaagse Training Wandelcoaching bij stress en burn-out op data

De coronacrisis hakt er bij veel mensen in: 16% procent is uitgeput vanwege de hoge werkdruk en 11% procent zit tegen een burn-out aan. Bij 21% is het ziekteverzuim op het werk gestegen blijkt uit recent onderzoek van het CNV*. Schokkende cijfers worden het genoemd. Dat betekent dat meer dan een miljoen medewerkers onder hoge druk staan. Ook veel zorgpersoneel zit heeft vermoeidheids- en burn-outklachten.
Mensen zijn gebaat bij een wandelcoachtraject, ze leren gezond omgaan met stress. De tweedaagse training ‘Wandelcoaching bij stress en burn-out’ is een evidenced-based methode voor wandelcoaches om coachees met stress en burn-out professioneel te begeleiden. Het is een verdiepende training voor jou als je de Wandelcoach Opleiding volgt of volgde. Wil je meedoen? Op 6 en 27 november is de volgende training weer. Welkom! Meld je hier aan.

Bronnen:
*//www.cnvconnectief.nl/nieuws/onderzoek-cnv-werkdruk-hoger-dan-ooit-door-coronacrisis/
**Gilbert, Paul (2010), The Compassionate Mind, A New Approach to Life’s Challenges, Little Brown UK.
Gilbert wordt beschouwd als dé expert op het gebied van depressie en compassie. Hij onderzoekt in dit boek waarom we vanuit een evolutionair en sociaal perspectief zo sterk reageren op bedreigende situaties. In het eerste deel schrijft hij over het wetenschappelijk onderzoek naar compassie en legt hij uit hoe ons gevaar/zelfbeschermingssysteem, jaagsysteem en kalmeringssysteem werken. In het tweede deel geeft hij veel voorbeelden en inspirerende oefeningen hoe we onze mind kunnen trainen om meer compassie te voelen met onszelf en de ander.

Spreekt deze informatie je aan?

Misschien ben je geïnteresseerd in een coachtraject? Of een training op maat?

Neem contact op met Oda Salomons voor een gratis kennismakingsgesprek:

oda@rewildyourself.nl

+31 6 4186 7501

Voel juist niet wat een ander voelt!

Voel juist niet wat een ander voelt!

Waarom empathie voor professionals in de zorg de snelweg is naar een burn-out

Aan mijn coronapatiënt, een gezonde dertiger, moest ik bij opname op de intensive care vertellen dat er een kans was dat hij zou overlijden, vertelt de intensivist van een covid-afdeling aan De Volkskrant. Zijn patiënt begon heel hard te huilen en zei: ‘Ik heb een kind, dat kan niet.’

Op dat moment moest de arts even de kamer uit. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd. Maar de patiënt zat met zijn eigen emoties. Hij hoeft niet te zien dat ik die ook had.’

De dertigjarige patiënt is overleden.

De arts vertelt dat hij slecht heeft geslapen, hij vraagt zich af: ‘Wat hebben we gemist? Heb ik iets over het hoofd gezien? Er is soms geen peil te trekken op deze ziekte. Dit zijn de momenten waarop ik breek.’

Professionals in de zorg doen hun uiterste best om het menselijk leed te verlichten. Tegelijkertijd is er veel leed dat niet weg te nemen is. Invaliditeit, blijvende klachten na een behandeling, chronische ziektebeelden, overlijden van de patiënt, dat zijn vormen van leed die zorgverleners niet weg kunnen nemen. Hoe ga je als zorgverlener hiermee om?

De verhalen over de zorg aan coronapatiënten raken mij ook. Wat me opvalt aan het verhaal van de intensivist is hoe hij geconfronteerd wordt met zijn eigen emoties. Dat blijkt ook uit een onderzoek naar werkdruk van het CBS en TNO. Artsen staan in de top drie van beroepen met de hoogste werkdruk (samen met onderwijzers en koks), waarbij ze aangeven dat naast de lange werkweken die ze maken, het vak vooral emotioneel zwaar is. De zorgsector stond al lange tijd onder de druk, 15% heeft symptomen van burn-out, ze slapen slechter, piekeren veel, voelen zich emotioneel en mentaal uitgeput en leeg aan het eind van de werkdag.

Empathievalkuil
Wat zorgt ervoor dat het vak emotioneel zwaar is? En hoe kunnen zorgverleners zichzelf beschermen tegen hun emotionele reacties? Veel zorgverleners krijgen in hun opleiding geleerd hoe belangrijk het is om empathie te hebben met hun patiënten. Maar wat is het effect van empathie? De intensivist dacht aan zijn eigen dochter, hij ging in de schoenen van de jonge vader staan, en voelde welke heftige emoties dit teweegbracht waardoor hij de kamer verliet. Misschien denk je: dat is toch mooi, een arts die zo meevoelt met zijn patiënt.

Empathie put ons echter uit en is de snelweg naar burn-out, betoogt Yalepsycholoog Paul Bloom in zijn boek Against Empathy, the Case for Rational Compassion,Bloom is gespecialiseerd in de ontwikkeling van en het vermogen om onszelf en anderen te begrijpen, Hoe kan het dat zo’n prachtige eigenschap ‘je inleven in anderen’, door velen gezien als de ultieme bron van goedheid, zulke desastreuze gevolgen kan hebben?

Belangrijk om te noemen hier is wat we onder empathie verstaan. Empathie wordt meestal onderscheiden in emotionele en cognitieve empathie. Bij emotionele empathie voel je mee wat de ander voelt. Bij cognitieve empathie probeer je te begrijpen wat er in iemands hoofd omgaat, wat geeft hen pijn, verdriet, vreugde, zonder het zelf te voelen.

Voelen wat een ander voelt
Laboratoriumstudies laten zien dat wanneer mensen gevraagd wordt te voelen wat een ander voelt, de ervaring hen vaak ongelukkig en somber achterlaat. Breinonderzoeker Tania Singer ontdekte dat in het brein verschillende gebieden worden opgelicht bij voelen wat een ander voelt of begrijpen wat een ander voelt (cognitieve empathie).

Voor een studie vroeg Singer een groep proefpersonen iedere dag met gesloten ogen een kwartier lang empathie te voelen. Na die week stonden ze veel somberder in het leven. Als ze de proefpersonen vervolgens vraagt om niet in de schoenen van de ander te staan, maar compassie te voelen: emotioneel afstand houden en tegelijkertijd zo veel mogelijk warmte, zorg en liefde op te roepen, voelen ze zich een stuk beter.

Empathie en compassie in het brein
Singer zag dat in het brein totaal andere delen werden geactiveerd. Empathie activeert vooral de ‘anterior insula’ (het gebied dat zintuiglijke prikkels samenbundelt binnen een emotionele context). Bij compassie lichtte echter de ‘corpus striatum’ en de ‘orbitofrontale cortex’ op. Dit laatste gebied wordt ook wel de dirigent van ons brein genoemd. Het is het gebied van plannen, prioriteiten stellen, aandacht erbij houden, angst en paniek in toom houden, verleidingen weerstaan en adequaat reageren op stressvolle gebeurtenissen. Als we het leed van anderen voelen, raken we zelf gestrest en hebben we minder toegang tot dit deel van ons brein. Zo werkt onze overlevingsrespons.

Als de checker in ons brein een situatie als bedreigend markeert, slaat het vecht- en vluchtsysteem aan om ons voor te bereiden op actie. De pijn van anderen voelen werkt zoals een schakelaar in het brein: we voelen de emoties in ons lichaam en de toegang naar het denken raakt geblokkeerd. We schakelen over op onze automatische respons: vechten, vluchten of bevriezen.

Ik voel je pijn
Volledige emotionele empathie in de zin van ‘Ik voel je pijn’ is vermoeiend en uitputtend. Zo worstelen meevoelende en zorgverleners met hun beroep. En helpt het wel? Als we onszelf voorstellen in die situatie en aannemen dat de andere persoon hetzelfde zal voelen, dan neem je aan dat de ander gelijk aan jou is, en dezelfde ervaring zal hebben. Zegt het niet eerder iets over hoe wij de situatie beoordelen?

En als plaatsvervangend lijden de uitkomst is van empathie, is het dan een kracht om anderen te helpen? Zoals we zagen bij de arts die meevoelde met zijn patiënt en heel respectvol de kamer verliet, raken we eerder van streek door onze emoties. Het emotionele leed van anderen voelen brengt ons in een hoge staat van arousal, waardoor we moeilijker helder kunnen nadenken.

Kalm, professioneel, respectvol
Als we niet meevoelen met anderen, zijn we robotten, dan gaan we niet een band aan met onze patiënten of cliënten, werp je als zorgprofessional misschien tegen. Maar is dat zo? Mensen in nood willen respect, compassie, vriendelijkheid en aandacht. We willen dat de ander kalm is wanneer wij bang zijn, weten wat hen te doen staat, wanneer wij onzeker zijn. Als ik op de trauma-afdeling aankom, vraag ik niet om empathie met mijn leed, maar om actie om mij te redden, om mij juist te zien als een probleem dat opgelost moet worden om zo de best mogelijke zorg te kunnen geven.

We kunnen betrokken zijn bij de ander en begrip hebben, terwijl we tegelijkertijd emotioneel afstand houden van onze eigen gevoelens. Dit is een vaardigheid die je kunt leren. Wat we verstaan onder empathie – vriendelijkheid, compassie, sociale intelligentie – kunnen we bereiken door onze compassie te trainen. Het is bovendien niet zo dat empathie automatisch leidt tot vriendelijkheid, het is eerder zo dat het zich verbindt met vriendelijkheid die al bestaat, schrijft Bloom. Empathie maakt vriendelijke mensen betere mensen omdat vriendelijke mensen anderen niet willen zien lijden en empathie zet een spotlicht op het lijden van anderen. Empathie laat je lijden wanneer je geconfronteerd wordt met degenen die lijden, wat kosten met zich meebrengt en je minder effectief maakt in het helpen. Daarom werkt een empathietraining niet, en is een compassietraining superieur, betoogt Bloom.

Compassie daarentegen stimuleert prosociaal gedrag, je vergroot positieve gevoelens en veerkracht, dit bevordert het omgaan met stressvolle situaties. Dit is niet alleen gunstig voor de professionele hulpverlener, het helpt bij stresvolle omgeving in het algemeen.

Compassie heeft alle voordelen van empathie, zonder de nadelen
Een arts vertelt Bloom in zijn onderzoek naar empathie in de medische context: ‘Ik dacht dat ik minder behulpzaam zou zijn als ik mijn emotionele reactie op pijn af zou sluiten. Het verschil tussen empathie en compassie helpt me begrijpen dat emotioneel afstand houden geen slecht persoon van me maakt. Het is een opluchting dat ik actief mijn emotionele reactie af kan sluiten, zonder mijn compassie te verliezen.’

Compassie is een vaardigheid die je kunt leren
Centraal hierin staat het woord aandacht. Als je het verhaal van je patiënt hoort, waar gaat je aandacht naar toe, naar wat zijn verhaal in jou te weeg brengt? Dat is je automatische reactie, je inlevingsvermogen wordt geactiveerd. Je herkent dat je je naar en vervelend gaat voelen.

Het is de kunst om je aandacht weer naar de ander te brengen, dat kan bijvoorbeeld door de methode van actief luisteren: luisteren, samenvatten en doorvragen, herhalen wat de ander zegt, stilte laten vallen en doorvragen.

Diverse technieken die je kunt trainen:

  1. Leren herkennen wanneer het automatisme ‘voelen wat de ander voelt’ aangaat. Waar voel je het leed van de ander in je lichaam?
  2. Labelen van je reactie. ‘Ah, mijn empathieknop gaat aan, herken je emotionele reactie, benoem hem en ga naar stap 3.
  3. Aandacht naar de ander door actief te luisteren. Dit is je professionele houding, zo stap je in een gesprek: vriendelijk, medelevend, gericht op de feiten, samenvatten, eventueel doorvragen. En tegelijkertijd:
  4. Moed oefenen. Moed om te doen wat nodig is, soms in het belang van iets groters dan deze ene patiënt.
  5. Voel mee met de ander: maak contact met gevoelens van zorgzaamheid, warmte, vriendelijkheid, liefde.

Hoe ga je om met je emotionele reactie?
* herken je emotionele reactie op het leed van de ander
* neem een pauze. Voel je voeten op de grond. Richt je aandacht op je ademhaling.
* sta jezelf toe te voelen wat je voelt, zonder het te willen interpreteren, analyseren
* in deze ruimte tussen stimulus en respons kies je of je de bekende route neemt of een nieuwe route die je helpt wat afstand te houden tot de emoties van anderen.

Wanneer leef je te veel mee? Herken je jezelf in deze uitspraken?

  • de behoeften van andere mensen zijn belangrijker dan die van mij
  • ik kan geen nee zeggen als iemand mij om hulp vraagt
  • ik maak me vaak zorgen over de problemen van anderen
  • ik zorg goed voor anderen, anderen zorgen niet voor mij
  • ik voel me ongemakkelijk als ik steun krijg

Spreekt dit artikel je aan? Oda Salomons is coach, trainer en psycholoog. Ze is gespecialiseerd in het begeleiden van professionals in de zorg op het gebied van stress en burn-out. Neem contact op voor een individueel coachtraject of een training op maat.

Bronnen:

  • Bloom, Paul. (2016). Against Empathy: The Case for Rational Compassion. Ecco
  • Effting, Maud en Willem Feenstra, (19 april 2020), Als de maskers afgaan, spreken de gezichten, De Volkskrant
  • CBS (2017), Koks voelen meeste druk om snel te werken, //www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/14/koks-voelen-meeste-druk-om-snel-te-werken

Wat zijn de meest stressvolle beroepen?

Wat zijn de meest stressvolle beroepen?

Wat zijn de meest stressvolle beroepen? vroeg het CBS zich af en deed in 2017 onderzoek naar werkdruk onder 42.000 respondenten. Werkdruk werd in het onderzoek omschreven als: extra hard moeten werken om iets af te krijgen, heel véél werk moeten doen en erg snel moeten werken. Beroepen in de top scoren op alle drie de punten hoger dan gemiddeld. 

Koks ervaren de meeste werkdruk, zij moeten vooral heel snel werken. De laagste werkdruk wordt ervaren door beveiligingspersoneel, taxichauffeurs, hoveniers, tuinders, kassamedewerkers en leidsters van een kinderdagverblijf.

In de top staan verder artsen en leerkrachten, bij hen is bepalend dat hun werk emotioneel zwaar is. Ook in de top staan juristen en managers. Zo ook eventmanagers, zij geven aan dat ze vooral heel véél werk moeten doen. Hoe kun je in dit veeleisende beroep omgaan met de gevolgen van werkdruk? Hoe voorkom je een burn-out?

Onlangs werd ik geïnterviewd door de zakelijke reis- en evenementenorganisatie ATPI en zij schreven deze mooie whitepaper ‘What (not) to do’ over stresspreventie voor eventmanagers en de personal assistents. Lees de informatieve whitepaper die zij hebben gemaakt:

Stresspreventie voor eventmanagers

 

Resultaten van het onderzoek welke beroepen ervaren de meeste werkdruk?

Hoe een perfectionist zichzelf uit haar burn-out tekent

Hoe een perfectionist zichzelf uit haar burn-out tekent

Nietsdoen kwam niet voor in het vocabulaire van illustrator Maaike Hartjes. Ik hou van mijn werk, schrijft ze. Ze vergelijkt zichzelf in een striptekening met een coureur in een raceauto die heel hard rijdt totdat ze crasht en na de pitstop gewoon weer opnieuw begint. Net zolang tot ze op de volgende afbeelding zo hard crasht dat ze met gebroken ledematen in een ziekenhuisbed ligt.

‘Waarom rij je niet wat langzamer,’ vraagt de arts. ‘of rem je op tijd?! of neem je ’n bocht?!’
‘eh…ik weet niet hoe dat moet…’ antwoordt Maaike.

Hiermee heeft ze de kern van veel mensen met (symptomen) van burn-out te pakken, ze kennen slechts twee standen: op volle snelheid of totale rust. Zelfs nu ze een burn-out heeft dwingt ze zichzelf na een paar weken niksen iets creatiefs te doen en een dagboek bij te houden. Wat een geluk voor ons, want eerlijk en zichzelf en anderen nietsontziend beleven we in haar Burn-out dagboek mee hoe ze zichzelf uit de verlamming van de burn-out tekent en schrijft. We zien hoe krachtig het effect van beelden is. De hologige poppetjes, de grijze beelden, versterken het gevoel van somberheid, stress en uitputting.

We leren haar innerlijke slavendrijvers kennen. Ze moet op tijd komen, ze moet meer geld verdienen, ze moet overal ‘ja’ op zeggen, ze moet verantwoordelijk zijn, ze moet zo hard mogelijk werken en ziek zijn is voor sukkels. Het hele dagboek door lezen we wat ze allemaal moet van zichzelf en hoe ze ten onder gaat aan de innerlijke druk om continu te presteren. Totdat ze zichzelf begint af te vragen: Wat wil ìk nou eigenlijk?

Want hoe houd je je staande in een wereld waarin we steeds meer prestatiedruk voelen, nog efficiënter moeten werken. Alsof we niets waard zijn als we nietsdoen, waardoor we de verbinding met ons natuurlijke ritme kwijtraken. Hartjes ontdekt dat ze pas gelukkig is als ze haar werk met andere dingen kan combineren, perioden van actie en focus afwisselt met rust en stilte. Ze ontwikkelt de moed om dingen anders aan te pakken dan ze tot dan toe gepland heeft.

Maaike Hartjes, Burn-out dagboek, Nijgh & Van Ditmar