06 41 86 75 01 oda@rewildyourself.nl
Voel juist niet wat een ander voelt!

Voel juist niet wat een ander voelt!

Waarom empathie voor professionals in de zorg de snelweg is naar een burn-out

Aan mijn coronapatiënt, een gezonde dertiger, moest ik bij opname op de intensive care vertellen dat er een kans was dat hij zou overlijden, vertelt de intensivist van een covid-afdeling aan De Volkskrant. Zijn patiënt begon heel hard te huilen en zei: ‘Ik heb een kind, dat kan niet.’

Op dat moment moest de arts even de kamer uit. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd. Maar de patiënt zat met zijn eigen emoties. Hij hoeft niet te zien dat ik die ook had.’

De dertigjarige patiënt is overleden.

De arts vertelt dat hij slecht heeft geslapen, hij vraagt zich af: ‘Wat hebben we gemist? Heb ik iets over het hoofd gezien? Er is soms geen peil te trekken op deze ziekte. Dit zijn de momenten waarop ik breek.’

Professionals in de zorg doen hun uiterste best om het menselijk leed te verlichten. Tegelijkertijd is er veel leed dat niet weg te nemen is. Invaliditeit, blijvende klachten na een behandeling, chronische ziektebeelden, overlijden van de patiënt, dat zijn vormen van leed die zorgverleners niet weg kunnen nemen. Hoe ga je als zorgverlener hiermee om?

De verhalen over de zorg aan coronapatiënten raken mij ook. Wat me opvalt aan het verhaal van de intensivist is hoe hij geconfronteerd wordt met zijn eigen emoties. Dat blijkt ook uit een onderzoek naar werkdruk van het CBS en TNO. Artsen staan in de top drie van beroepen met de hoogste werkdruk (samen met onderwijzers en koks), waarbij ze aangeven dat naast de lange werkweken die ze maken, het vak vooral emotioneel zwaar is. De zorgsector stond al lange tijd onder de druk, 15% heeft symptomen van burn-out, ze slapen slechter, piekeren veel, voelen zich emotioneel en mentaal uitgeput en leeg aan het eind van de werkdag.

Empathievalkuil
Wat zorgt ervoor dat het vak emotioneel zwaar is? En hoe kunnen zorgverleners zichzelf beschermen tegen hun emotionele reacties? Veel zorgverleners krijgen in hun opleiding geleerd hoe belangrijk het is om empathie te hebben met hun patiënten. Maar wat is het effect van empathie? De intensivist dacht aan zijn eigen dochter, hij ging in de schoenen van de jonge vader staan, en voelde welke heftige emoties dit teweegbracht waardoor hij de kamer verliet. Misschien denk je: dat is toch mooi, een arts die zo meevoelt met zijn patiënt.

Empathie put ons echter uit en is de snelweg naar burn-out, betoogt Yalepsycholoog Paul Bloom in zijn boek Against Empathy, the Case for Rational Compassion,Bloom is gespecialiseerd in de ontwikkeling van en het vermogen om onszelf en anderen te begrijpen, Hoe kan het dat zo’n prachtige eigenschap ‘je inleven in anderen’, door velen gezien als de ultieme bron van goedheid, zulke desastreuze gevolgen kan hebben?

Belangrijk om te noemen hier is wat we onder empathie verstaan. Empathie wordt meestal onderscheiden in emotionele en cognitieve empathie. Bij emotionele empathie voel je mee wat de ander voelt. Bij cognitieve empathie probeer je te begrijpen wat er in iemands hoofd omgaat, wat geeft hen pijn, verdriet, vreugde, zonder het zelf te voelen.

Voelen wat een ander voelt
Laboratoriumstudies laten zien dat wanneer mensen gevraagd wordt te voelen wat een ander voelt, de ervaring hen vaak ongelukkig en somber achterlaat. Breinonderzoeker Tania Singer ontdekte dat in het brein verschillende gebieden worden opgelicht bij voelen wat een ander voelt of begrijpen wat een ander voelt (cognitieve empathie).

Voor een studie vroeg Singer een groep proefpersonen iedere dag met gesloten ogen een kwartier lang empathie te voelen. Na die week stonden ze veel somberder in het leven. Als ze de proefpersonen vervolgens vraagt om niet in de schoenen van de ander te staan, maar compassie te voelen: emotioneel afstand houden en tegelijkertijd zo veel mogelijk warmte, zorg en liefde op te roepen, voelen ze zich een stuk beter.

Empathie en compassie in het brein
Singer zag dat in het brein totaal andere delen werden geactiveerd. Empathie activeert vooral de ‘anterior insula’ (het gebied dat zintuiglijke prikkels samenbundelt binnen een emotionele context). Bij compassie lichtte echter de ‘corpus striatum’ en de ‘orbitofrontale cortex’ op. Dit laatste gebied wordt ook wel de dirigent van ons brein genoemd. Het is het gebied van plannen, prioriteiten stellen, aandacht erbij houden, angst en paniek in toom houden, verleidingen weerstaan en adequaat reageren op stressvolle gebeurtenissen. Als we het leed van anderen voelen, raken we zelf gestrest en hebben we minder toegang tot dit deel van ons brein. Zo werkt onze overlevingsrespons.

Als de checker in ons brein een situatie als bedreigend markeert, slaat het vecht- en vluchtsysteem aan om ons voor te bereiden op actie. De pijn van anderen voelen werkt zoals een schakelaar in het brein: we voelen de emoties in ons lichaam en de toegang naar het denken raakt geblokkeerd. We schakelen over op onze automatische respons: vechten, vluchten of bevriezen.

Ik voel je pijn
Volledige emotionele empathie in de zin van ‘Ik voel je pijn’ is vermoeiend en uitputtend. Zo worstelen meevoelende en zorgverleners met hun beroep. En helpt het wel? Als we onszelf voorstellen in die situatie en aannemen dat de andere persoon hetzelfde zal voelen, dan neem je aan dat de ander gelijk aan jou is, en dezelfde ervaring zal hebben. Zegt het niet eerder iets over hoe wij de situatie beoordelen?

En als plaatsvervangend lijden de uitkomst is van empathie, is het dan een kracht om anderen te helpen? Zoals we zagen bij de arts die meevoelde met zijn patiënt en heel respectvol de kamer verliet, raken we eerder van streek door onze emoties. Het emotionele leed van anderen voelen brengt ons in een hoge staat van arousal, waardoor we moeilijker helder kunnen nadenken.

Kalm, professioneel, respectvol
Als we niet meevoelen met anderen, zijn we robotten, dan gaan we niet een band aan met onze patiënten of cliënten, werp je als zorgprofessional misschien tegen. Maar is dat zo? Mensen in nood willen respect, compassie, vriendelijkheid en aandacht. We willen dat de ander kalm is wanneer wij bang zijn, weten wat hen te doen staat, wanneer wij onzeker zijn. Als ik op de trauma-afdeling aankom, vraag ik niet om empathie met mijn leed, maar om actie om mij te redden, om mij juist te zien als een probleem dat opgelost moet worden om zo de best mogelijke zorg te kunnen geven.

We kunnen betrokken zijn bij de ander en begrip hebben, terwijl we tegelijkertijd emotioneel afstand houden van onze eigen gevoelens. Dit is een vaardigheid die je kunt leren. Wat we verstaan onder empathie – vriendelijkheid, compassie, sociale intelligentie – kunnen we bereiken door onze compassie te trainen. Het is bovendien niet zo dat empathie automatisch leidt tot vriendelijkheid, het is eerder zo dat het zich verbindt met vriendelijkheid die al bestaat, schrijft Bloom. Empathie maakt vriendelijke mensen betere mensen omdat vriendelijke mensen anderen niet willen zien lijden en empathie zet een spotlicht op het lijden van anderen. Empathie laat je lijden wanneer je geconfronteerd wordt met degenen die lijden, wat kosten met zich meebrengt en je minder effectief maakt in het helpen. Daarom werkt een empathietraining niet, en is een compassietraining superieur, betoogt Bloom.

Compassie daarentegen stimuleert prosociaal gedrag, je vergroot positieve gevoelens en veerkracht, dit bevordert het omgaan met stressvolle situaties. Dit is niet alleen gunstig voor de professionele hulpverlener, het helpt bij stresvolle omgeving in het algemeen.

Compassie heeft alle voordelen van empathie, zonder de nadelen
Een arts vertelt Bloom in zijn onderzoek naar empathie in de medische context: ‘Ik dacht dat ik minder behulpzaam zou zijn als ik mijn emotionele reactie op pijn af zou sluiten. Het verschil tussen empathie en compassie helpt me begrijpen dat emotioneel afstand houden geen slecht persoon van me maakt. Het is een opluchting dat ik actief mijn emotionele reactie af kan sluiten, zonder mijn compassie te verliezen.’

Compassie is een vaardigheid die je kunt leren
Centraal hierin staat het woord aandacht. Als je het verhaal van je patiënt hoort, waar gaat je aandacht naar toe, naar wat zijn verhaal in jou te weeg brengt? Dat is je automatische reactie, je inlevingsvermogen wordt geactiveerd. Je herkent dat je je naar en vervelend gaat voelen.

Het is de kunst om je aandacht weer naar de ander te brengen, dat kan bijvoorbeeld door de methode van actief luisteren: luisteren, samenvatten en doorvragen, herhalen wat de ander zegt, stilte laten vallen en doorvragen.

Diverse technieken die je kunt trainen:

  1. Leren herkennen wanneer het automatisme ‘voelen wat de ander voelt’ aangaat. Waar voel je het leed van de ander in je lichaam?
  2. Labelen van je reactie. ‘Ah, mijn empathieknop gaat aan, herken je emotionele reactie, benoem hem en ga naar stap 3.
  3. Aandacht naar de ander door actief te luisteren. Dit is je professionele houding, zo stap je in een gesprek: vriendelijk, medelevend, gericht op de feiten, samenvatten, eventueel doorvragen. En tegelijkertijd:
  4. Moed oefenen. Moed om te doen wat nodig is, soms in het belang van iets groters dan deze ene patiënt.
  5. Voel mee met de ander: maak contact met gevoelens van zorgzaamheid, warmte, vriendelijkheid, liefde.

Hoe ga je om met je emotionele reactie?
* herken je emotionele reactie op het leed van de ander
* neem een pauze. Voel je voeten op de grond. Richt je aandacht op je ademhaling.
* sta jezelf toe te voelen wat je voelt, zonder het te willen interpreteren, analyseren
* in deze ruimte tussen stimulus en respons kies je of je de bekende route neemt of een nieuwe route die je helpt wat afstand te houden tot de emoties van anderen.

Wanneer leef je te veel mee? Herken je jezelf in deze uitspraken?

  • de behoeften van andere mensen zijn belangrijker dan die van mij
  • ik kan geen nee zeggen als iemand mij om hulp vraagt
  • ik maak me vaak zorgen over de problemen van anderen
  • ik zorg goed voor anderen, anderen zorgen niet voor mij
  • ik voel me ongemakkelijk als ik steun krijg

Spreekt dit artikel je aan? Oda Salomons is coach, trainer en psycholoog. Ze is gespecialiseerd in het begeleiden van professionals in de zorg op het gebied van stress en burn-out. Neem contact op voor een individueel coachtraject of een training op maat.

Bronnen:

  • Bloom, Paul. (2016). Against Empathy: The Case for Rational Compassion. Ecco
  • Effting, Maud en Willem Feenstra, (19 april 2020), Als de maskers afgaan, spreken de gezichten, De Volkskrant
  • CBS (2017), Koks voelen meeste druk om snel te werken, //www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/14/koks-voelen-meeste-druk-om-snel-te-werken

Waarom helpt wandelen in de natuur om beter te slapen?

Waarom helpt wandelen in de natuur om beter te slapen?

Ons lichaam reageert op daglicht en maakt hormonen aan als het donker wordt, waardoor we slaperig worden. Daarom zijn we in de winter vaak vermoeider dan in de zomer. Buiten wandelen helpt om voldoende daglicht op te vangen en zo onze interne klok in stand te houden. Door kunstlicht en een onregelmatige levensstijl raakt de innerlijke klok verstoord.

Chronobiologen hebben ontdekt dat het menselijk lichaam door ritmes wordt gedirigeerd, zoals het dag- en nachtritme, maanritmes, seizoensritmes en jaarritmes. Verstoringen van de biologische klok kunnen niet alleen het slaapritme verstoren, maar hebben ook gevolgen voor gedrag, hormoonhuishouding, lichaamstemperatuur, bloeddruk en spijsvertering. Kortom: een goede werking van de klok is cruciaal voor een goede gezondheid.

Hoe zorg je voor een goede werking van de biologische klok?
* Daglicht houdt onze interne klok in stand. Daglicht geeft ons energie en het zorgt voor aanmaak van melatonine in de avond, waardoor we makkelijker in slaap vallen. 
* Natuurlijke geluiden en beelden zetten ons parasympathisch zenuwstelsel aan, waardoor we vertragen. Beelden en geluiden uit een kunstmatige omgeving activeren juist ons vaak overbelaste sympathisch zenuwstelsel, dat zorgt voor psychologische en fysiologische stress. In de natuur kom je dus sneller tot rust en volgen we meer onze innerlijke ritmes.
* Door blootstelling aan natuurlijk zonlicht te verhogen, en die van elektrisch licht te verlagen, kan de interne klok verzet worden.
* Een ochtendwandeling helpt bij het reguleren van het slaaphormoon melatonine. Een avondwandeling kan je helpen om sneller in te slapen. De beweging en het feit dat je even je hoofd leegmaakt helpen je om sneller in slaap te vallen. Diverse studies hebben aangetoond dat een avondwandeling goed is voor je bloeddruk en je slaappatroon kan verbeteren. Maak er een gewoon van om voordat je naar bed gaat even een ommetje te maken. Het werkt ontspannen en je duikt stressvrij, vermoeid je bed in.

Wil je ook beter slapen?
Geef jezelf op voor de training ‘Beter slapen? Volg je slaapritme’

Bronnen: * Persbericht Nobelprijswinnaar biologische klok 

*  Jules Pretty, Mike Rogerson and Jo Barton, Green Mind Theory: How Brain-Body-Behaviour Links into Natural and Social Environments for Healthy Habits, Int. J. Environ. Res. Public Health 2017, 14(7), 706; doi:10.3390/ijerph14070706 //www.mdpi.com/1660-4601/14/7/706/htm

Geneeskundestudenten ontdekken hoe ze indruk maken bij een sollicitatiegesprek

Geneeskundestudenten ontdekken hoe ze indruk maken bij een sollicitatiegesprek

We zijn uitgenodigd door VUmc om met zes trainers van Touch, training & coaching een sollicitatietraining te geven aan 130 geneeskundestudenten. Touch begeleidt al meer dan twintig jaar professionals in de zorgsector in hun persoonlijke en beroepsmatige ontwikkeling.

‘Het ruikt hier naar gaarkeuken,’ zegt Marc Schreinemacher, een van de trainers van de sollicitatietraining die we bij het VUmc met zes trainers geven aan 130 studenten geneeskunde. ‘Ik herken de geur uit mijn studententijd’. Nu hangt de geur van kalk uit de krijtgroeve om hem heen, want hij besloot als vaatchirurg uit de medische wereld te stappen en ondernemer te worden in het familiebedrijf, een krijtgroeve. Volg je hart, is de boodschap die hij de studenten meegeeft.

‘Ja, in het OLVG ruikt het heel anders, veel frisser’, zegt longarts in opleiding Melanie Gutteling, die vier kinderen heeft in de leeftijd van acht maanden tot zes jaar, de studenten wilden heel graag weten hoe ze dit combineert met haar drukke baan als arts.

Het zou mooi zijn als het ziekenhuis aan aromatherapie zou doen, maar misschien koppel je dan juist fijne geuren aan heftige ziekenhuisbezoeken.

Machteloze houdingen
Voor mij is kennis van lichaamstaal en kernkwaliteiten gesneden koek. Gelukkig niet voor de studenten. Ik daag ze uit te ervaren wat het met je doet als je je lijf machteloze posities laat aannemen: ingetogen en een beetje verkrampte houdingen.
‘Zit je in de wachtruimte over je mobieltje gebogen? Niet doen! Je hoofd weegt zo’n 27 kilo, dan geef je een verkeerd signaal aan je brein, waardoor het hormoon cortisol wordt aangemaakt en je je gestrest en angstig gaat voelen. Net zoals je armen om je romp slaan, handen tussen je benen klemmen, friemelen met je handen.

Krachthoudingen
Ga vooral voorafgaand aan een presentatie oefenen met krachthoudingen: maak je breed, waardoor je lichaam veel ruimte inneemt. En maak je open: houd je ledematen ver van het lichaam af, zo wordt testosteron aangemaakt, een hormoon dat kracht stimuleert.’
‘Ja’, roept een studente enthousiast, ‘ik ken ook de powerpose, met je handen omhoog en wijd open.’
‘Precies, dat is wat ik bedoel’. En ik daag ze uit de krachtposes aan te nemen en vraag wat het met ze doet. Maar waar in trainingen werkenden graag dingen delen, houden studenten liever hun inzichten voor zichzelf.
‘Maak je echter niet te breed tijdens een sollicitatiegesprek, dat is onnatuurlijk, bovendien moet er ook ruimte voor de sollicitatiecommissie overblijven.’

Kernkwaliteiten
Ze zijn opgelucht met de oefening van de kernkwaliteiten, omdat ze ontdekken dat hun minder goede eigenschappen, eigenlijk een te veel zijn van hun goede eigenschappen. Ze oefenen met hoe ze door iets te zeggen over hun minder goede eigenschappen, meteen iets kunnen laten zien van sterke kanten. Ook raken ze geboeid wat ze dan nog te leren hebben bij hun sterke eigenschap.

Bij de laatste oefening als ze voor de groep iets moeten oefenen, kijken ze allemaal een andere kant op. Hoe krijg ik ze in beweging? Ik wandel langs de groep die in een kring op stoelen zit, en vraag het hen.
De student die net wel geoefend heeft voor de groep, komt me redden.
‘Ik vind het ook lastig om te doen, maar straks bij het gesprek is het nog veel lastiger als je niet geoefend hebt. Bovendien is dit een veilige manier van oefenen. Je wordt niet beoordeeld en krijgt vooral te horen wat goed ging,’ zegt hij.
En ja, gelukkig een vrijwilliger biedt zich aan als sollicitant om te oefenen met een lastige vraag. Het is ook spannend in die learning zone, dat snap ik wel. 

Als ik terug naar de metro wandel, voel ik hoe de adrenaline door mijn lijf stroomt. Wat een prachtig vak heb ik: mensen begeleiden om in beweging te komen. Als trainer hoef je dat nooit alleen te doen, dat is het mooie van het werken met groepen. De groep helpt elkaar ook.

Lees hier meer over Touch Training en Coaching

Lees hier meer over Marc Schreinemacher die zijn hart volgde

Foto: Amy Cuddy, Presence, Onverschrokken je grootste uitdagingen aangaan, Spectrum

Bekijk hier een van de meest bekeken TedTalks van Amy Cuddy, Je lichaamstaal vormt wie je bent:

Zijn we kwetsbaarder voor avondstress?

Zijn we kwetsbaarder voor avondstress?

Is het een goed idee om ’s avonds nog even te knallen om de presentatie voor de volgende dag te oefenen? Intensief te sporten of een kaartspel te spelen waarbij je echt graag wilt winnen, waardoor je lijf een adrenalineshot krijgt? Of kun je stressvolle situaties in de avond beter vermijden?

Onderzoekers van de Japanse Hokkaido Universiteit lieten gezonde deelnemers een veelgebruikte stresstest doen: in vijftien minuten een presentatie voorbereiden en geven voor drie getrainde interviewers en een camera; en tot slot een ingewikkelde rekensom oplossen. De onderzoekers waren benieuwd wat het verschil is tussen ochtend- en avondstress en lieten de ene groep de presentatie in de ochtend doen, en de andere groep in de avond.

Vermijd avondstress
Ze ontdekten dat het lichaam ’s avonds veel minder goed stress kan verwerken, omdat het lichaam minder stresshormonen afgeeft die helpen bij de omgang met stress.

Hoe helpen stresshormonen ons lichaam bij stress?
Bij stress komen twee hormonen vrij, adrenaline en cortisol. Je lichaam maakt adrenaline aan als het denkt dat het in gevaar is. Stel je voor dat je in een extreme situatie bent zoals een achtbaan, dat is wat adrenaline met je kan doen. Mensen hebben een overlevingsdrang en dit stofje wakkert binnen enkele seconden de vlucht-, vecht- of bevriesreactie aan. Het helpt ons om sneller en alerter te zijn in de omgang met lastige situaties, we voelen minder pijn en kunnen beter waarnemen. Daarna heeft het lichaam echter een periode van rust nodig. Als je je lichaam dit niet geeft, kan het uitgeput raken.

Cortisol helpt ons ook bij het reguleren van stress, maar werkt langzamer en remt de eerste stressreactie een beetje. Ook bij cortisol komt energie vrij om te besluiten hoe we omgaan met de situatie. Ons cortisolniveau heeft een dagelijks ritme, het is meestal laag in de avond en hoog in de ochtend. Dat merk je misschien als je ’s ochtends wakker wordt: gedachten jagen door je hoofd van de dingen die je die dag wilt doen, je hartslag gaat sneller, de spanning neemt toe. Het is ook fijn, want het helpt ons uit bed te springen en aan de nieuwe dag te beginnen.

Wat is het verschil tussen ochtend- en avondstress?
Het is een beetje ingewikkeld, maar stress activeert de HPA-as in de ochtend, maar niet in de avond. Hoe de HPS-as precies werkt lees je hier: bijnieruitputting.com/de-hpa-as/

Waarom is de HPA-as belangrijk?
De HPA-as helpt in de omgang met stress, het is een feedbacksysteem, zie het als een soort thermostaat. Het regelt de bloeddruk, hartslag, honger, dorst, slaap-waakritme, seksuele opwinding en lichaamstemperatuur. De HPA-as zorgt ervoor dat cortisol wordt afgegeven, en dit helpt ons bij het optimaliseren van de stressrespons. Het remt de respons een beetje af. Zo beschermt het ons brein en ons lichaam tegen de effecten van stress.

In de avond geeft de HPA-as minder hormonen af, waardoor die niet hun herstellende werkzaamheden kunnen uitvoeren. Als de HPA-as een keer niet aangaat, is dat niet erg. Maar als de as chronisch niet aangaat, is het een risico voor het ontstaan van psychische aandoeningen zoals depressie of burn-out. Ons lichaam kan dan niet de nodige herstelwerkzaamheden verrichten, waardoor we bij lichte stress al een sterke stressrespons afgeven. Mensen die en burn-out hebben gehad, zullen dit herkennen. Zelfs de minste inspanning kunnen al sterke fysieke reacties geven. Bij hen is de HPA-as gevoeliger ingesteld geraakt voor stress.

Kanttekening
Het bioritme van mensen verschilt. Het kan zijn dat avondmensen met een ander hormoonritme, beter met avondstress om kunnen gaan.

Hoe kun je voorkomen dat de HPA-as overbelast raakt?
Zorg voor voldoende rust. Merk je dat je lichaam te snel in de overleefstand komt te staan, of dat je je constant vermoeid en slaperig voelt, dan vraagt het van je dat je meer tijd besteedt aan activiteiten die het lichaam rust geven: zoals mediteren, yoga, wandelingen in de natuur, lezen, rustig spelletje rummikub in plaats van pokeren. Maar doe vooral wat bij je past, anders krijg je daar weer stress van.

Bron:
Yujiro Yamanaka, Hidemasa Motoshima, Kenji Uchida. Hypothalamic-pituitary-adrenal axis differentially responses to morning and evening psychological stress in healthy subjects. Neuropsychopharmacology Reports, 2018; DOI: 10.1002/npr2.12042

Vind je deze informatie interessant?
Ik geef coachtrajecten en trainingen in de natuur. Neem contact op voor een gratis intake, een coachwandeling in de natuur of een belafspraak: 06 41867501; oda@rewildyourself.nl

Doktersvoorschrift: breng tijd in de natuur door

Doktersvoorschrift: breng tijd in de natuur door

In Schotland schrijven artsen tijd in de natuur voor aan mensen met angst, depressie, diabetes, stress en meer. Dit is het eerste programma in de UK dat natuurlijke interventies voorschrijft. Op doktersvoorschrift krijgen ze grappige, verrassende oefeningen zoals: naar de wolken staren; strandkunst maken van natuurlijke materialen, een hond lenen en een wandeling maken, met paarden praten.

Meer lezen: Doctors in Scotland can now prescribe nature

 

De drang naar avontuur

De drang naar avontuur

De poolexpeditie van ontdekkingsreiziger Willem Barentsz is een van de guurste avonturen uit de Nederlandse geschiedenis. In de studiezaal van het Rijksmuseum bekijk ik de originele prent uit het logboek Nova Zembla van Gerrit de Veer, een bemanningslid die de ijselijke avonturen op schrift zette. Al in 1598 werd zijn boek uitgegeven en het werd meteen een bestseller.

Het boek ligt voor mij uitgestald op een prachtig zacht blauw kussen, een smal wit perkamenten reepje steekt eruit. Als ik het boek daar opensla, zie ik de prent hier boven op de pagina. Ik vraag aan de bibliothecaris of ik geen witte handschoentjes aan moet trekken. Dat hoeft niet, maar als ik even later aan het schrijven ben, komt hij aanlopen met een potlood:
‘U mag hier niet met pen schrijven.’
Natuurlijk niet! Door het vierhonderd jaar oude boek bladeren voelt zelfs bijna als heiligenschennis. Uit de pagina’s stijgt een oude, muffige lucht op.

Op de haarscherpe prent zien we het schip van Barentsz dat in september 1596 vastloopt op het ijs bij Nova Zembla, een eiland boven Rusland in de Noordelijke IJszee. Barentsz was op zoek naar een kortere route voor de scheepsvaart: de noordelijke doorvaart naar Azië. Op de gravure zien we rechts twee mannen met musketten die vanaf een berg op Nova Zembla over de zee uitkijken. Het schip van Barentsz wordt omgeven door ijsschotsen. Een sloep vaart voor het schip uit, ondertussen schietend op ijsberen. Een bemanningslid staat op een ijsschots om met een bootshaak andere ijsschotsen weg te duwen.

Waarom gaat iemand naar een omgeving vol gevaren, waar wij mensen van nature niet toe uitgerust zijn? Hebben zij speciale persoonlijkheidstrekken, kennen ze geen angst? Eind jaren zeventig ontwikkelde de Amerikaanse psycholoog Marvin Zuckerman een persoonlijkheidstest die meet in hoeverre iemand een sensatiezoeker is. De gedachte achter deze test is dat mensen verschillen in de hoeveelheid zintuigelijke prikkels die zij prettig vinden. Mensen die houden van sterke prikkels, zouden meer behoefte hebben aan avontuur en nieuwe ervaringen. Ze worden ook wel adrenalinejunkies genoemd, ze zouden verslaafd zijn aan uitdagingen en risiconemen. Centraal in Zuckermans theorie staat dat mensen die extreem hoog op de schaal scoren geen angst kennen. Gold dat ook voor de ontdekkingsreizigers van de noordelijke doorvaart?

In het weekend fiets ik naar de bibliotheek in de Bijlmer en vind een recente uitgave van Nova Zembla van Gerrit de Veer, het origineel is in oud Nederlands geschreven en is voor mij onleesbaar. Ik analyseer het logboek op uitingen van angst en andere emoties om Zuckermans theorie te toetsen. Zijn deze mannen risicozoekers die weinig angst ervaren? In het logboek worden weinig gevoelens benoemd, maar als het schip bij Nova Zembla in een sneeuwstorm terecht komt en het kruiende ijs het schip meters omhoog tilt schrijft De Veer: ‘Het kraken van het ijs was verschrikkelijk om te horen en te zien, onze haren stonden letterlijk overeind van angst.’ De bemanning zag zich gedwongen het schip te verlaten. Ze bouwde bij een temperatuur van min 22 graden van aangespoelde bomen een hut van tien bij zes meter en noemden de hut het Behouden Huys. De bomen kwamen uit de zuidelijker gelegen uitgestrekte wouden van Siberië, want Nova Zembla ligt boven de boomgrens. Elk jaar in de lente, als het ijs smelt, sleuren de grote rivieren veel bomen mee naar de arctische zeeën, de zee rond de noordpool die meestal bevroren is.

Op ontdekkingsreis gaan
Wandelend over de Nova Zembla-afdeling op de tweede verdieping van het Rijksmuseum, wordt mijn fantasie geprikkeld bij het zien van een maquette van het zeilschip van Barentsz en de voorwerpen uit het dagelijks leven in het Behouden Huys. In de vitrine staan roestige kookpannen, een schuimspaan, leren schoenen, een houten wandelstok, een luizenkammetje en een hellebaard waarmee de hongerige ijsberen werden bevochten. Ook hangt er de kruithoorn die verstopt was in de schoorsteen en waarin drie eeuwen later het afscheidsbriefje van Barentsz werd gevonden waarin hij schreef over de reis, de stranding en de overwintering.

In de lange poolnacht die begin november begon hingen ze de klok op om in het donker nog enig besef van tijd te hebben. De voorwerpen brengen het leven in het huis waar ze moesten overwinteren heel dichtbij. Ik stel me voor hoe het is om onder zulke barre omstandigheden te overleven. In mij broeit een verlangen om net als Barentsz en zijn mannen op ontdekkingsreis te gaan. Ik wil meer weten over wat voor soort mensen zo’n avontuur aan durft te gaan. Het schrijven van een essay is als een ontdekkingsreis: je vraagt jezelf iets af en gaat op onderzoek uit. Ik vervolg mijn mind adventure.

Woedende ijsdrift
In het logboek lezen we vrijwel dagelijks beschrijvingen over de verdeling van eten en alcoholische dranken, weersbeschrijvingen en de invloed van het weer op het gemoed, gevechten met woeste ijsberen – behalve in de lange poolnacht, want dan houden ijsberen hun winterslaap en komen de poolvossen tevoorschijn. Op 3 november werd de zon voor het laatst gezien.
‘De eenzame ijskoude, poolnacht, maakte alles angstaanjagender dan het was,’ schrijft De Veer. Het was niet permanent aardsdonker, sneeuw en ijs weerkaatsten het maanlicht. Maar de spookachtige schemer van de poolwinter was voor de overwinteraars beangstigend. Het horen van de ijsschotsen die op elkaar geperst werden met veel gescheur en gekraak konden ze in huis horen ‘en we werden er moedeloos van.’ Merk op hoe er steeds een relatie wordt gelegd tussen het weer en emoties. Ook aan de omgeving worden emoties toegekend: ‘woedende ijsdrift’.

Ik vraag me af of extreme fysieke uitdagingen wel voor mij weggelegd zijn. Zou ik te bang zijn? Blijf ik liever lezen of films zien over spannende avonturen van ontdekkingsreizigers, beoefenaars van extreme sporten en andere avonturiers? In de Big five, een van de bekendste indelingen van onze persoonlijkheid, scoor ik best hoog op de trek openstaan voor nieuwe ervaringen, maar ik scoor ook best hoog op angst en hooggevoeligheid.

Sensatiezoekers
Lange tijd was Zuckermans theorie over sensatiezoeken leidend bij het denken over mensen die extreme situaties opzoeken, sinds een paar jaar zien we dat genuanceerder. Barentz was waarschijnlijk zo’n sensatiezoeker, de bemanning deed gewoon zijn werk. De meeste psychologen denken dat sensatiezoekers zich ook vaak overgeven aan risicovol gedrag als gokken, te hard rijden en drugsgebruik. Extreme sporters zouden zich op hetzelfde spectrum bevinden als heroïneverslaafden, maar hun beloning komt uit een andere hoek: de fysieke en mentale uitdaging. Omdat hun dopaminereceptoren op een andere manier zouden werken, hebben ze een hogere dosis nodig hebben om dezelfde kick te krijgen.

Angst is juist goed
Het was sportpsycholoog Eric Brymer die als eerste zei dat veel extreme sporters wel angst voelen. In het onderzoek van Zuckerman zat vanaf het begin een bias omdat zijn onderzoeksgroep bestond uit jonge mannen in hun puberteit en vroege jaren twintig. Een groep die statistisch gezien meer risico neemt, terwijl de range van mensen die extreme situaties opzoeken veel breder is: van tieners tot bejaarden, zowel man als vrouw. En sterker nog: Brymer stelt dat angst juist goed is. Angst is een onmiskenbaar signaal, het maakt duidelijk dat je goed moet opletten. Je kunt beter niet op de automatische piloot staan op het moment dat je met je kajak een hoge waterval afdaalt of voordat je op een poolexpeditie hout gaat halen, terwijl er in elke ijsspelonk een ijsbeer ligt te wachten op een lekker maaltje.

Als een situatie angst oproept, word je gedwongen om eerlijk je persoonlijke vaardigheden te evalueren en in te schatten of ze goed genoeg zijn voor die situatie. Geen risico nemen, maar juist een realistische evaluatie van de omgeving maken. Succesvolle atleten zien angst niet als een barrière, maar als een mogelijkheid om iets te leren en erin slagen om alles uit je leven te halen, ten volle te leven, schrijft Brymer. Extreme sportatleten ervaren hun intense angsten achteraf als betekenisvolle, constructieve gebeurtenissen die iets toevoegen aan hun levenservaring. Ook voor mensen die hoger dan gemiddeld op angst scoren, ligt de weg naar avontuur open.

Wie nemen nu die seapaths to everywhere?
Brymers onderzoek bracht een belangrijke omwenteling teweeg in het denken over mensen die extreme uitdagingen aangaan. Maar dat is nog niet doorgesijpeld in onze dagelijkse opvattingen over extreme atleten. Wat weten we over onze hedendaagse ontdekkingsreizigers? Wie nemen nu die seapaths to everywhere? Als ik aan een vriend vertel dat ik een boek van Ralph Tuijn aan het lezen ben, weet hij meteen ‘O, die gek, die in zijn eentje over de Stille Zuidzee roeide.’ Gefascineerd las ik zijn bloedstollende tocht, waarin hij schipbreuk lijdt op een onbewoond eiland, achtervolgd wordt door haaien en op een gegeven moment zeker weet dat hij zal overlijden als de onweersflitsen om hem heen blijven inslaan. Of denk aan de weerstand die het opriep toen zeilmeisje Laura Dekker op veertienjarige leeftijd in haar eentje als jongste solozeiler ooit de wereld over wilde zeilen. Niet haar ouders hielden haar tegen, maar de Raad voor Kinderbescherming stelde haar onder toezicht. Een schip in de haven is veilig, maar dat is niet waar schepen voor zijn gebouwd.

Wildwater kajakker: ‘Ik weet precies wat ik doe’
Allan Warren een 28-jarige wildwater kajakker uit Alaska die peddelt op rivieren met de hoogste moeilijkheidsgraad (klasse 5), beaamt dat wat hij doet misschien gestoord lijkt vanuit het perspectief van de buitenstaander, maar hij weet precies wat hij doet.
‘Ik ga niet een wilde rivier opvaren met de intentie om mijn leven op het spel te zetten of om mezelf heel erg bang te maken. Mensen begrijpen dat niet omdat mijn vaardigheidsniveau veel hoger is dan dat van hen. Om mezelf uit te dagen moet ik de moeilijkste wildwater rivieren nemen, pas dan zit ik in mijn comfortzone.’ (…) Ook Warren is bang:
‘Iedereen die zegt niet bang te zijn liegt of is echt één van die gekke sensatiezoekers. De angst houdt je gefocust.’

Angst onderscheidt extreme avonturiers van de sensatiezoekende junkie, zegt ook sportpsycholoog Brymer. Angst speelt bovendien een rol bij het ontwikkelen van moed en bescheidenheid. Deelname aan extreme sportactiviteiten op een niveau waarbij je ernstig gewond kunt raken of de dood een reële uitkomst is, triggert bescheidenheid en geeft perspectief aan de kwetsbaarheid van het leven.

Nog niet eens zo lang geleden maakte op avontuur gaan bovendien gewoon deel uit van ons dagelijks leven. We zouden het niet overleefd hebben als we de uitdagingen niet waren aangegaan. In sommige delen van de wereld is dat nog steeds zo. Maar in ons veilige moderne bestaan lijken we vergeten hoe belangrijk avontuur is in ons leven. We zien avontuur nu iets dat anders is dan ons normale leven en noemen het risicovol of abnormaal gedrag. Wat we normaal vinden wordt echter beïnvloed door een cultureel perspectief van wat normaal is. Ontdekkingsreizigers als Barentsz en zijn mannen waren ware helden, maar degenen die nu het avontuur opzoeken worden eerder voor gek versleten.

Hooggevoelig en toch op avontuur
Afgelopen zomer zag ik mij gedwongen om mijn grenzen te verleggen – in mijn gezin wonen inmiddels twee risicozoekers in de puberleeftijd en dat werkt aanstekelijk, want ik doe liever iets nieuws dan iets wat ik al kan. Ik ging mee op een bananenboot op zee, die voortgetrokken werd door een speedboot en met vijftig kilometer per uur over de golven raasde, waarbij de bestuurder van de speedboot er alles aan deed om ons in het water te laten kukelen. Ik kon alleen maar denken ‘Ik ga dood.’ En ik voer met een kajak over de Dordogne, met een moeilijkheidsgraad van hooguit klasse 1. Dat riep veel stress op, omdat ik best hoog scoor op de beroemde hooggevoeligheidsvragenlijst van psychotherapeute Elaine Aron. Ik ben iemand die juist niet veel zintuigelijke prikkels aankan. Ik raak snel overspoeld door geuren, geluiden of beelden. En ik scoor lager dan gemiddeld op Zuckermans spanningsbehoefteschaal. Hoe komt het dan dat ik toch fysieke uitdagingen aanga?

Elain Aron vond dat een op de vijf mensen wordt geboren met een sensitief zenuwstelsel dat sterker dan anderen reageert op prikkels. Mensen met een hooggevoelige persoonlijkheid zijn zich sterk bewust van subtiele informatie, ze hebben een rijk innerlijk leven en een groot inlevingsvermogen. Ze ervaren ook meer angst dan gemiddeld. Aron ontdekte echter dat een subgroep van mensen met een hooggevoelige persoonlijkheid ook hoog scoren op sensatiezoeken. Ook al zijn ze overgevoelig voor prikkels, ze hebben toch een grote behoefte aan nieuwe avonturen, maar zijn niet bereid grote risico’s te nemen. Hun gevoeligheid bleek juist hun prestaties te versterken. Ze doen riskante sporten als diepzeeduiken, deltavliegen, paardrijden, maar ze doen het op een veilige manier, met behulp van hun uitstekende observatievaardigheden en hun lage score op impulsiviteit.

Comfortzone
Wat opvalt aan Warrens verhaal over wildwaterkajakken is dat hij juist onder extreme omstandigheden, die een beroep doen op al zijn vaardigheden, in zijn comfortzone zit. Wat is precies een comfortzone? Psychologen omschrijven het als een mentale staat waarin we ons veilig voelen, waar de regels duidelijk zijn. Veel mensen zitten in hun comfortzone, daar willen we ook graag zijn, je weet wat je hebt en wat je krijgt. Maar juist dat gevoel van veiligheid kan een valkuil zijn. Het weerhoudt je ervan om te veranderen, om in actie te komen. Om jezelf te ontwikkelen en te groeien, moet je je buiten die comfortzone begeven, niet alleen op cognitief niveau, ook op fysiek niveau.

Wil ik ook uit mijn comfortzone losbreken? Is dat de reden dat ik als een ontdekkingsreiziger het avontuur op zoek? Volgens psychologen is het tijd om uit die veilige zone te stappen als je sleur ervaart, veel stress en zelfkritiek hebt, angst over je huidige situatie hebt, jaloers bent op anderen die wel eruit breken, als je smoesjes bedenkt om niet te veranderen. Ja, gevoelens van afgunst onthullen vaak waar we zelf naar verlangen, dat herken ik wel. En omdat ik vaak op zoek ben naar nieuwe ervaringen, ervaar ik snel sleur.

Grenzen verleggen door iets nieuws te doen
De Russische psycholoog Lev Vygotsky noemde het uit je comfortzone stappen, de zone van de naaste ontwikkeling. Je verlegt je grenzen door iets nieuws te doen, iets wat je daarvoor nog niet kon en wat je een stukje verder brengt in je ontwikkeling.
Voorlopig zit ik nog hier vast in mijn werk en gezin, maar onstuitbaar blijft mijn leeswoede: boeken lezen van stoere vrouwen en mannen die op avontuur gaan. Ik plan een kampeerweekend naar Zeeland in. Ik ga alleen, maar nog wel in de bewoonde wereld, net een stapje buiten mijn comfortzone.

En zijn Barentsz en zijn bemanning terug gekomen van hun ontdekkingsreis? Pas op 24 januari ziet De Veer voor het eerst de rand van de zon boven de horizon uitkomen. De mannen ervaren troost uit de gedachte dat de kou niet eeuwig zal duren en dat het uiteindelijk warmer zal worden. Half juni vertrekken de schipbreukelingen met een sloep en een boot uit Nova Zembla. Een week na vertrek overlijdt Willem Barentsz, hij was ziek en verzwakt. Hoop op betere tijden sleepten de meesten van hen echter al die maanden voort.
‘Vaak dachten we dat we erin zouden blijven, zo zwaar viel het werk ons, maar we hadden al zoveel moeilijkheden overwonnen, dat we het nu niet konden opgeven.’ Ze wilden de hoop niet opgeven, de hoop op redding, en die kracht: het verlangen om het ‘woeste, wilde, harde, treurige, koude land’ te verlaten, hield hen op de been. Op 29 oktober 1597 komen ze in Nederland aan. Iedereen was verbaasd, men dacht dat ze allang waren omgekomen.

Wil je ook vaker het avontuurlijke pad kiezen?
Geef jezelf op voor de training Neem het avontuurlijke pad.
In deze training ontdek je hoe je met simpele activiteiten meer vrijheid in je dagelijks leven kunt brengen.
Mail voor meer informatie: Oda@rewildyourself.nl

Credits afbeelding: Anonieme ets van de ontdekkingsreis van Willem Barentsz, bibliotheek Rijksmuseum; schipbreuk op Nova Zembla; drukker Levinus Hulsius, uitgever Noriberg, 1598

Bronnen:
* Aron, Elaine N. (2006). Personality and Temperament: The Highly Sensitive Person Who Is Also A High Sensation Seeker, mei 2006, //www.hsperson.com
* Brymer, George Eric (2005). Extreme dude! A phenomenological perspective on the extreme sport experience, PhD thesis, Faculties of Education and Psychology, University of Wollongong
* Dekker, Laura (2013). Een meisje, een droom. Solo rond de wereld, Alkmaar: De Alk & Heijnen Watersport
* Tuijn, Ralph (2009). Zes miljoen slagen, In 281 dagen de Stille Oceaan over, Amsterdam: Nieuw Amsterdam
* Veer, Gerrit de (1996). Nova Zembla, het ware verhaal. Nijmegen: Sun, (1598, eerste uitgave)

 

Waarom groene activiteiten zo kalmerend werken

Waarom groene activiteiten zo kalmerend werken

Wie regelmatig in de natuur werkt, sport of er vrije tijd in doorbrengt, weet allang hoe goed de natuur ons doet. Hoveniers en kwekers zijn de minst stressvolle beroepen, blijkt uit een onderzoek van het CBS uit 2017. Aan de universiteit van Essex ontwikkelden ecopsychologen de Green Mind Theory om dit fenomeen te verklaren. Al vijftien jaar doen ze hier veel onderzoek naar het effect van groene activiteiten.

Kalme geest
Er is een bos vlakbij mijn huis waar ik een paar keer per week ga hardlopen of wandelen. Hier vond ik de verbinding met de natuur terug. Het ervaren van vrijheid door als een jonge hond hard over de bospaadjes te rennen. Starend over het water waar de bomen zich in spiegelen. Waar ik weer tot rust kom met een simpele mediatieoefening, door gewoon alleen te letten op mijn ademhaling, opkomende gedachten en emoties alleen te benoemen (ons brein houdt van labelen), zonder er verder aandacht aan te besteden, geen analyse of oordeel. Breinexpert Daniel Siegel schrijft in Mindsight hoe je een oog kunt ontwikkelen voor je gevoelens en gedachten, zonder je ermee te identificeren, waardoor je mind kalm blijft.

Green Mind Theory
Vanochtend ging ik weer en de run deed me denken aan het artikel dat ik nu lees over de Green Mind Theory, waarin een verbinding wordt gelegd tussen ons brein, ons lichaam en de omgeving. De basis voor een goede gezondheid en een kalme geest is voldoende slaap, een gezond dieet en sport/beweging. De mind is gelinkt aan ons brein en ons lichaam. Ons lichaam is verbonden aan natuurlijke en sociale omgevingen. Hoe ons lichaam op die omgevingen reageert, heeft invloed op onze gezondheid, stelt de Green Mind Theory.

Waarom is dit interessant?
Aan de hand van een eenvoudige metafoor laten de onderzoekers zien wat de invloed van ons brein op ons welbevinden is. Ze verdelen het brein heel simpel in het rode en blauwe brein.

Het rode brein
Ons brein heeft een onderste hersenstam die snelwerkend, onvrijwillig en impulsief is. Het is ook de bestuurder van ons vecht- en vluchtgedrag. Het onderste brein reageert voordat we denken en stuurt in ons lichaam het sympathische zenuwstelsel aan. We hebben het rode brein ook nodig, in de kern is het heel gezond. We krijgen veel dingen gedaan, we zijn gemotiveerd om lekker eten te kopen, seks te hebben, status en erkenning te krijgen. Het geeft ons de motivatie om doelen na te streven en vol te houden, zoals een jarenlange opleiding, of strijd omdat we willen winnen.

Te veel rode hersenen zijn niet goed voor de gezondheid. In moderne hoog consumptieve samenlevingen, leven we echter vaak op een rood alarm. Deze overactieve rode modus heeft een negatieve invloed op ons immuunsysteem. We worden moe, sneller ziek, slapen slechter, krijgen overgewicht en zoeken alcohol, gamen of drugs om het opgejaagde gevoel te compenseren. Of we raken verslaafd aan het gevoel van opwinding, status en erkenning, bezit en blijven maar doorwerken. We vergeten het blauwe brein aan te zetten.

Het blauwe brein
De bovenste hersenschors is langzamer, vrijwillig. Het is het centrum voor leren en is de bestuurder van rust en vertering. Het bovenste brein kalmeert en stuurt het parasympathische zenuwstelsel aan (ons kalmeringssysteem), dat allerlei belangrijke herstelwerkzaamheden verricht in ons lichaam. Het krijgt echter pas ruimte als er niets meer hoeft, het gevaar is geweken, de honger is gestild. De aandacht is open, niets moet, er is ruimte voor nieuwe mogelijkheden en creativiteit, verbinding met de mensen om je heen. Het gaat echter meestal niet vanzelf aan, daar moet je wel wat voor doen.

Green Mind – optimale mix tussen rood en blauw
De onderzoekers ontdekten eerder dat op de natuur gebaseerde activiteiten de blauwe hersenen stimuleren. Activiteiten die we met volle aandacht doen, waarin we helemaal ondergedompeld worden, zorgen ervoor dat ons interne geroezemoes kalmeert. Zo’n gemoedstoestand word ook wel flow genoemd. In de natuur vallen veel overbodige prikkels weg (bliebjes van je telefoon, mailtjes, gesprekken van collega’s), waardoor we makkelijker in een flow komen. In de natuur wordt ons kalmeringssysteem geactiveerd, we krijgen een meer brede, zachte, softe focus, die onze uitgeputte bronnen van aandacht voeden. Het rode brein is juist meer doelgericht.

De onderzoekers gebruiken de term ‘Green mind’ voor het vinden van een optimale mix tussen een actief parasympathisch zenuwstelsel en een mild sympathisch zenuwstelsel van interesse en opwinding met slechts af en toe een alarmreactie. Een mix tussen ons blauwe en rode brein werkt het beste. Te veel een rood brein is verwoestend voor onze gezondheid.

Hoe kwam ik terug uit het bos?
Het kabbelende water kalmeert, de schoonheid van de natuur nu de bladeren felrood en oranje kleuren, geven me een gevoel van vreugde. Ik kwam thuis en voelde me goed, vrolijk, gesterkt, de mist in mijn hoofd was verdwenen. Ik wist hoe ik een lastig probleem aan wilde pakken. Na een dosis groen medicijn, ging ik achter mijn computer zitten schrijven met een heldere focus.

De natuur gaat niet alleen over het herstellen van moeheid. Het gaat ook over psychologisch welzijn, geluk, creativiteit en persoonlijke groei door het ontwikkelen van een band met de natuur. Hoe vaker ik in de natuur ben, des te sneller kan ik in stressvolle situaties schakelen naar mijn blauwe brein.

Hoe groen is jouw mind?
Gaat alle aandacht vanzelf naar je rode brein. Of geef je bewust aandacht aan je blauwe brein?

Vind je deze informatie interessant?
Ik geef coachtrajecten en trainingen in de natuur. Neem contact op voor een gratis intake, een coachwandeling in de natuur of een belafspraak: 06 41867501; oda@rewildyourself.nl

Bronnen:
* Jules Pretty, Mike Rogerson and Jo Barton, Green Mind Theory: How Brain-Body-Behaviour Links into Natural and Social Environments for Healthy Habits, Int. J. Environ. Res. Public Health 2017, 14(7), 706; doi:10.3390/ijerph14070706 //www.mdpi.com/1660-4601/14/7/706/htm
* Paul Gilbert, The Compassionate Mind, 2009,
* Daniel J. Siegel, Mindsight, The New Science of Personal Transformation, 2010

 

Mijn avontuur begint op het Kootwijkerzand

Mijn avontuur begint op het Kootwijkerzand

Paula Verkuijl, verpleegkundig specialist, deed mee aan de trainingsmidweek en schreef dit mooie verhaal. 

De afgelopen dagen heb ik samen met wandelcoach en natuurtrainer Oda Salomons de natuur gevoeld, gehoord, geroken, geproefd en met een nieuwe blik gezien.

‘Een kwartier later dan ik had gezegd, kom ik aan bij camping Harskamperdennen waar Oda mij staat op te wachten. De Veluwe is een van mijn lievelingsplekken om te kamperen. Ik voel me gehaast en gestrest. Oda stelt me gerust, ik ben van harte welkom. De tent staat opgezet en mijn spullen kan ik gelijk wegzetten.

Ik voel me direct welkom en op mijn gemak. We drinken eerst wat bij de tent waarna Oda mij de camping laat zien om een indruk te krijgen van de omgeving. Ik voel dat ik langzamerhand tot rust kom waardoor ik meer open ga staan voor wat ik om mij heen zie. Het begint zachtjes te regenen, de zon gaat onder en de maan komt tevoorschijn. Bij de tent is een grote shelter waaronder we kunnen schuilen en kletsen. Ik voel me rustig aan lekker doezelig worden. Even later maak ik me klaar voor een nacht in de tent met het rustgevende geluid van de regen op het tentdoek.

Training Neem het avontuurlijke pad
De volgende ochtend staat een heerlijk ontbijt klaar, yoghurt met muesli en banaan en een kop koffie. Wat een heerlijk begin van de dag, met mijn gezicht in het zonnetje en goed gezelschap.
‘Wat is je gevoel uitgedrukt in een weertype?’ vraagt Oda.
‘Ik voel me een kalme beek die rustig kabbelt langs de oever.’
‘Wat is je verlangen naar avontuur, wat je wil doen binnen nu en drie dagen?’ vraagt ze.
Het eerste wat in mij op komt, is bij zonsopgang een duik in de zee nemen. Door deze oefening leer ik dat ik naast mijn verplichtingen ruimte mag maken om iets te doen waar ik naar verlang, maar tot nu toe geen stap in heb kunnen zetten. Ook ben ik mij er meer bewust van geworden dat ik een intern verlangen heb om iets ‘geks’ te willen doen. Samen met mijn kinderen deden we dat op vakantie wel, bijvoorbeeld ‘s ochtends pizza eten of om negen uur ‘s avond een duik nemen in de Weisensee.

Hoe kan ik meer avontuur in mijn dagelijks leven brengen? Ik laat symbolisch zand als losse korrels door mijn vingers glijden en laat blokkades achter mij. Mijn verlangen naar iets doen waar ik energie van krijg, symboliseer ik met de kracht van een steen.

Radio Kootwijk

Grenzen stellen
De volgende dag maken we een wandeling door het bos naar het Kootwijkerzand. Deze ochtend is het thema: ‘Grenzen stellen met zelfcompassie’.
We lopen het bos in en ik voel mij als een tropische warme zachte bries. Tijdens de wandeling word ik me er meer bewust van dat ik aandacht mag schenken aan signalen die mijn lichaam afgeven.
Aandacht voor mijn lichaam via een bodyscan, zorgt ervoor dat ik merk dat mijn grens aan het licht wil komen, de eerste fase van bewustwording.

Oda onderbouwt met wetenschappelijke literatuur hoe mensen reageren in onverwachte situaties. Ieder mens heeft drie systemen om emoties te verwerken en reageert vanuit een van deze systemen: een gevaarsysteem, een jaagsysteem of een zorgsysteem. Het gevaarsysteem zorgt voor zelfbescherming, het is de vecht-, vlucht- of bevriesrespons. Het jaagsysteem is gericht op bevrediging van behoeften. Het zorgsysteem krijgt ruimte wanneer er niets hoeft, het gevaar is geweken de honger is gestild. Het richt zich op verbinding, harmonie en welzijn.

Ik leer dat deze processen een rol spelen in ieders leven en eenieder verschillend reageert in situaties. Als mijn gevaarsysteem getriggerd word, reageer ik soms impulsief of trek ik mij terug. Ik leer tijdens de wandeling hoe ik beter voor mijzelf kan zorgen. In gedachten ga ik naar een veilige plek, waar ik rust en kracht ervaar. In situaties waarin ik mij bedreigd voel, of als ik over mijn grens laat gaan, kan ik mijn poort sluiten. Ik heb een keuze om vanuit een andere invalshoek te reageren. Ik heb invloed op mijn manier van denken en niet op dat van anderen.

Aan het eind van de training vraagt Oda weer te beschrijven hoe ik me voel in de vorm van een weerbericht. Ik voel me als een tornado, vol emoties en gedachten. Ik bevind me in het oog van de tornado en kijk rustig toe naar wat er om en in mij heen gebeurt, zonder er door meegesleept te worden.
Na de wandeling komt een moment van rust. We liggen in het zand, mijn gezicht in het zonnetje, ik sluiten mijn ogen en dan…. even niks.

Ontluikende bloem
Ik heb twee prachtige en zeer waardevolle wandelingen gemaakt. Oda, ik wil je met heel mijn hart danken voor je veilige, inspirerende, betrokken en professionele wandelingen met daarbij aandacht voor mij als persoon en de mogelijkheid om me te kunnen ontwikkelen.
Ik voelde mij als een bloem die langzaam open ging, mijn zintuigen namen de omgeving waar, ik rook alles wat voorbijkwam en mijn ogen richtte zich naar het zonlicht.
De ontwikkelingen die ik na onze mooie dagen heb ervaren wilde ik graag delen met deze woorden.

Eventmanagers komen tot rust in het Amsterdamse Bos

Eventmanagers komen tot rust in het Amsterdamse Bos

‘Hoe is de verhouding tussen actie, rust en stilte op een normale werkdag?’ vraag ik de eventmanagers. We staan tussen het hoog opgeschoten riet, een wielewaal zingt zacht zijn lied op Vogeleiland in het Amsterdamse Bos. Op uitnodiging van Viola Rudelsheim van ATPI Corporate Events geef ik hier de summercourse ‘Omgaan met hoge werkdruk’ aan het Genootschap voor Eventmanagers, samen met natuurtrainer Ellen Ruifrok.

We hebben net ervaren hoe ons lijf voelt in de cirkels van actie, rust en stilte. In de actie is de spanning het hoogst, bij rust en stilte het laagst.

Eventmanagers moeten veel dingen regelen, werkzaamheden op elkaar afstemmen en werken met strakke deadlines. Het is ook verleidelijk om in de actiestand te staan. Je krijgt veel dingen gedaan, en onze werkgevers zijn tevreden over ons. Het vak vraagt echter ook om creatief naar oplossingen te zoeken of nieuwe dingen te bedenken.

We struinen door de heemtuin, langs struiken met oranje en paarse bessen en stekelige duindoorns. We proeven wilde bosaardbeitjes en laten ons betoveren door de met water omheinde natuurtuin vol wilde planten en met veel gevoel voor schoonheid aangelegde paadjes en houten banken.

‘In de cirkels van rust en stilte heb je vanzelf toegang tot je creativiteit’, vertel ik. ‘Ons brein komt in de ruststand te staan. Hoe vaker je rust neemt, hoe sterker dit fundament wordt. Ook al heb je stress voor een deadline, je voelt je tegelijk ook rustig en stevig. ’

De eventmanagers willen vaker op de dag de pauzeknop indrukken, bij vrijwel iedereen is de actiecirkel het grootst. Ze ervaren vaak in hun lijf een gevoel van spanning. Als ik vraag welke stap ze gaan nemen om de cirkel van rust te vergroten ontstaat een mooie discussie over wat ‘rust’ voor hen betekent. De een komt tot rust door een boek te lezen op de bank. De ander juist door te sporten of te wandelen in de natuur.

Wat gaan de eventmanagers anders doen?

  • ‘Ik ga vaker thuiswerken. Dan zit ik niet in de drukte van de kantoorjungle en kan ik me langer concentreren op een taak.’
  • ‘Ik ga mijn ogen vaker in de “vrolijke stand” zetten. Ik heb net bij de oefening gemerkt dat ik me dan vanzelf positiever en rustiger ga voelen en meer schoonheid ga zien.’
  • ‘Buiten lunchwandelen geeft me meer stress dan achter mijn bureau snel een broodje eten,’ zegt een deelnemer. ‘Dan verlies ik te veel tijd. Ik zal dan nu wel een paar minuten naar mooie natuurbeelden gaan kijken tijdens de lunch.’
  • ‘Vaker naar muziek luisteren tijdens mijn werk.’ 

Na de training is een netwerkborrel met het Genootschap voor Eventmanagers bij het heemhuisje Vogeleiland. ATPI en in het bijzonder Viola Rudelsheim, dank voor deze perfect georganiseerde middag en uitstekend gekozen locatie waardoor iedereen tot rust kon komen. De speelse natuurplek nodigde uit om te leren en te experimenteren met nieuw gedrag.

Waarvan kom jij van tot rust? En jij? Hoe kun jij gedurende de dag vaker de pauzeknop indrukken? Bedenk drie dingen en laat het toeval beslissen wat je vandaag gaat doen. Ik ga zo een lunchwandeling maken, zet mijn blik in de vrolijke stand en probeer met een zachte brede open focus de omgeving te observeren.

Wil je ook iets doen aan de hoge werkdruk in je team? Neem contact op voor een vrijblijvend intakegesprek: Oda Salomons, 06 41867501; oda@rewildyourself.nl

Copyright afbeelding 1, 2 en 4: ATPI Corporate Events NL

Natuur trainers Ellen Ruifrok en Oda Salomons

Boomstambank op Vogeleiland

De brug naar Vogeleiland

Het heemhuisje bij Vogeleiland

Veel vogels in de buurt is goed voor je gemoed en je gezondheid

Veel vogels in de buurt is goed voor je gemoed en je gezondheid

Ben je vaker dan je lief is onrustig of in een slecht humeur? Maak je tuin, balkon of werkplek een walhalla voor vogels. Mensen die in buurten wonen met meer vogels, struiken en bomen hebben minder last van gevoelens van angst, depressie of stress ontdekten onderzoekers van de Universiteit van Exeter, Universiteit van Queensland en het Britse Trust for Ornithology.

Hoe meer vogels, hoe beter
In het onderzoek werden vooral veel voorkomende vogelsoorten waargenomen, waaronder merels, roodborstjes, koolmezen en kraaien. De studie vond geen relatie tussen de vogelsoort en de mentale gezondheid. De meeste mensen zijn niet zo goed in het benoemen van vogelsoorten. Het maakt dan ook niet uit naar welke vogels je kijkt.

Wel vonden ze een verband met het aantal vogels dat men kon zien in de wijk. Hoe meer vogels mensen in hun buurt zagen, hoe meer ontspannen ze zich voelen.

Woon- en werkplezier
Het effect van het kijken naar vogels was even groot in de stad als in meer groene omgevingen. Naar vogels kijken heeft een positief effect op je psyche ongeacht de buurt waar je woont, het gezinsinkomen, leeftijd, etniciteit en een breed scala aan andere sociaal-demografische factoren.

Onderzoeker Daniel Cox stelde in eerder onderzoek vast (Cox en Gaston 2016), dat door te kijken naar vogels mensen zich ontspannen en zich meer verbinden met de natuur. Meer vogels in stedelijke omgevingen, verhoogt ons welzijn, gezondheid en woon- en werkplezier.

Oefening: Kijk uit je raam
Werk je vandaag binnen? Neem een pauze en kijk eens rustig uit je raam naar de vogels in de lucht, in je tuin of op je balkon.

Spreekt deze informatie je aan? Neem contact op voor een training of coachtraject in de natuur.
oda@rewildyourself.nl

Bronnen:

– Daniel T. C. Cox, Danielle F. Shanahan, Hannah L. Hudson, Kate E. Plummer, Gavin M. Siriwardena, Richard A. Fuller, Karen Anderson, Steven Hancock, Kevin J. Gaston. Doses of Neighborhood Nature: The Benefits for Mental Health of Living with NatureBioScience, 2017; biw173 DOI: 10.1093/biosci/biw173
– Watching birds near your home is good for your mental health: People living in neighborhoods with more birds, shrubs and trees are less likely to suffer from depression, anxiety and stress. ScienceDaily, 25 February 2017. www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170225102113.htm.
– Daniel Cox, Kevin J. Gaston, 2016, Urban bird feeding: Connecting people with nature, PLOS ONE, 11, (art. e0158717). (1 December 2016 //dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0158717)